Als je jezelf vermijdt, vermijdt een ander jou ook
Misschien voel je dit al in je lijf terwijl je dit hoort. Maar ik wil je vragen om hem even vast te houden. Want aan het einde van dit artikel snap je precies wat ik daarmee bedoel en waarom het eigenlijk het meest bevrijdende inzicht is dat je kunt hebben als je vastloopt in relaties, in verbinding, in het gevoel dat niemand er echt voor je is.
We beginnen bij het begin. Bij jou. Bij dat gevoel dat je vast wel kent. Je kent het wel. Dat je zó moe bent dat je op je vrije dag eigenlijk alleen nog maar op de bank kunt zitten en voor je uit kunt kijken. Dat je eindeloos blijft scrollen op je telefoon. Of blijft bingen op Netflix omdat je niets anders wilt, je nergens anders toe kunt zetten. En misschien voel je je daar ook nog schuldig over. Want er is toch genoeg te doen? Er zijn mensen die iets van je nodig hebben. Er zijn dingen die al te lang blijven liggen. En jij zit hier. Op de bank. Met je telefoon. Weer.
Maar dit is niet iets slechts. Dit is een teken. Je systeem is overbelast. Overvraagd. En het schreeuwt om rust. Het probleem is alleen en hier zit de kern van alles dat wat jij rust noemt, heel vaak geen rust is. Het is verdoving. En dat zijn twee heel verschillende dingen.
Luister het artikel hier op YouTube of als PodCast op Spotify of Apple Podcasts.
Verdoving versus rust
Rust is als je lichaam echt mag landen. Als je zenuwstelsel mag zakken. Als je gevoelens toelaat en mag voelen, waardoor er spanning loskomt, ook al is dat soms ongemakkelijk. Rust voelt soms even als niets doen, maar er beweegt wel iets. Er komt iets los. Er daalt iets neer.
Verdoving is anders. Verdoving is het weghouden van wat er wil komen. Je scrolt niet omdat je geniet van Instagram. Je scrolt omdat stilzitten ondraaglijk voelt. Omdat er in die stilte iets wacht wat je niet wilt voelen. Vermoeidheid die dieper gaat dan één slechte week. Verdriet dat al een tijdje ligt. Een leegte waar je nog geen woorden voor hebt.
En je telefoon of Netflix, of eten, of ineens heel druk zijn met van alles die houden dat op afstand. Ze geven je zenuwstelsel net genoeg prikkels om niet te hoeven landen. En dat werkt. Even.
Maar elke keer dat je de spanning wegmaakt in plaats van doorvoelt, laadt hij zich opnieuw op. Je bent niet aan het ontladen. Je bent aan het uitstellen.
Je zenuwstelsel kent geen verschil tussen toen en nu
Om te begrijpen waarom dit zo werkt, moet je iets weten over hoe je zenuwstelsel werkt.
Je zenuwstelsel is gebouwd om te overleven. Niet om gelukkig te zijn maar om te overleven. En het leert heel snel wat gevaarlijk is. Dat wil zeggen fysiek gevaar, maar ook emotioneel gevaar zoals afwijzing, verlies, alleen overblijven en niet gezien worden.
Als je vroeger hebt geleerd dat bepaalde gevoelens niet welkom waren; zoals te groot, te veel, te intens, dan heeft je zenuwstelsel daar een strategie voor ontwikkeld. Wegstoppen, aanpassen, doorgaan en niet voelen. Die strategie was vast heel effectief en hield je veilig.
Maar je zenuwstelsel kent geen verschil tussen toen en nu. Het past nog steeds dezelfde strategie toe. Ook als je veertig of 50 bent en ook als de situatie van vroeger allang voorbij is. Ook al weet je met je hoofd dat het veilig is om te voelen. Je lichaam weet dat nog niet.
En dus blijft het doen wat het altijd deed. Afleiding zoeken. In beweging blijven. Verdoven. Alles behalve stilstaan bij wat er werkelijk is.
De oorsprong van het patroon
Maar waar komt dat vandaan? Waarom ben jij degene die zo diep voelt, zo sterk geeft, zo goed kan zien wat een ander nodig heeft?
Dat komt ergens vandaan en voor de meeste mensen die dit herkennen, begon het al vroeg. In een gezin waar het voelde alsof liefde niet vanzelfsprekend was maar verdiend moest worden. Waar jij leerde dat jouw waarde zat in wat je deed en hoe je je gedroeg tegenover je ouders, voor je broers of zussen, voor de sfeer thuis. Waar jij de vrede bewaarde, de boel bij elkaar hield, aanvoelde wanneer het niet goed ging en je aanpaste voordat het fout kon lopen.
Dat was niet bewust. Je was een kind. Je deed wat je moest doen om erbij te horen, om geliefd te zijn, om veilig te zijn. En het werkte. Jouw gevoeligheid, jouw vermogen om af te stemmen op de ander, jouw diepte, dat bracht je verbinding. Dat bracht je veiligheid en liefde, of in ieder geval iets wat erop leek.
En zo leerde je: ik word gezien en geliefd om wat ik doe voor een ander. Niet om wie ik ben. Dat patroon draag je nu nog met je mee. Niet omdat je het wilt. Maar omdat je zenuwstelsel het heeft ingeprent als de manier waarop verbinding werkt. En dus zoek je, onbewust, steeds weer situaties op die dat patroon bevestigen. De partner die iets nodig heeft wat jij kunt geven. De vriendschap waarin jij de dragende bent. De relatie waarin jouw waarde zit in wat jij bijdraagt.
Want dat is wat je systeem kent. Dat voelt als thuis. Totdat je beseft dat thuis niet altijd hetzelfde is als ‘goed voor jou’.
Na een afwijzing direct weer op Tinder
Een voorbeeld dat ik regelmatig terug hoor in mijn community, is dat mensen na een afwijzing of een verbroken relatie zo veel pijn hebben. En nog geen uur later zitten ze op Tinder te swipen.
Niet omdat ze klaar zijn voor iemand nieuws of hun gevoel verwerkt hebben. Maar omdat het alternatief, het voelen van en zitten met die pijn van die afwijzing, voelen wat het met hen zelf doet, zichzelf de vraag stellen waarom het zo hard aankomt, ondraaglijk voelt.
Tinder is dan geen dating app maar een strategie om te reguleren. Het geeft het zenuwstelsel iets om op te focussen. Iets wat de pijn weghoudt. Iets wat het gevoel geeft dat je in beweging bent, dat je iets doet en dat je niet hoeft te zitten in wat er net gebeurde.
En ik zeg dit niet om te veroordelen. Ik herken zelf ook strategie van verdoving. Als het even heel druk is geweest en ik heel moe ben, of wanneer er iets is gebeurd wat ik nog niet helemaal kan plaatsen, dan merk ik dat ik achter elkaar spelletjes ga doen op mijn telefoon. Of ik scroll een tijd op Instagram en kan daar maar moeilijk mee stoppen. Niet per se omdat ik het leuk vind, maar vooral omdat mijn systeem andere prikkels zoekt om even niet te hoeven landen.
We doen het allemaal. De vraag is alleen: ben je je ervan bewust? En wat doe je ermee als je het bij jezelf opmerkt?
Verdoving is menselijk en soms is het precies het goede
Ik wil meteen even iets rechtzetten. Want in de wereld van persoonlijke ontwikkeling heeft verdoving een slechte naam gekregen. Alsof je nooit mag vluchten. Alsof elke serie die je binged een teken is van trauma-vermijding. Alsof je altijd en overal maar bij je gevoel moet zijn. Dat is echt onzin.
Verdoving is heel menselijk. Het is je systeem dat zegt: dit is even teveel om in één keer door te laten komen. En soms is dat precies wat je nodig hebt. Soms heb je een avond Netflix nodig. Soms heb je afleiding nodig om even op adem te komen. Dat is geen zwakte. Dat is zelfzorg. ‘Schaamteloos genieten’ noem ik dat, wat een stuk fijnere en liefdevollere term is om jezelf zo nu en dan toe te staan. We hebben allemaal ‘lummeltijd’ nodig om ons zenuwstelsel de ruimte en tijd te geven om informatie en gevoelens te integreren, naast onze slaap, die we daarvoor gebruiken.
Het wordt pas een probleem als verdoving je enige strategie is. Als je nooit meer een stapje verder gaat dan wat comfortabel voelt. Als de afleiding altijd wint van de stilte. Als je weken, maanden, jaren leeft op de oppervlakte van jezelf en nooit echt naar binnen gaat. Daar wordt je niet gelukkig van…
Want dan mis je structureel de informatie die er onder die onrust ligt. Je mist de signalen van je lichaam dat iets in beweging wil zetten en de ruimte waarin echte rust en ook echte verbinding kunnen ontstaan.
Je zenuwstelsel als antenne
Nu komen we bij de laag die alles met elkaar verbindt. Want je zenuwstelsel is niet alleen een systeem dat reageert op je eigen gedachten en gevoelens. Het is een antenne voor de wereld om je heen. Je zendt uit én het ontvangt. En het trekt aan wat op dezelfde frequentie zit.
Als jouw zenuwstelsel structureel op overbelasting staat, moe, ongereguleerd en jezelf verdovend om niet te hoeven voelen, dan trilt het op een lage frequentie. De frequentie van: ik ben er niet echt voor mezelf, oftewel, ik vermijd mezelf. En wat trekt die frequentie aan?
Mensen die er ook niet echt voor zichzelf zijn en zichzelf vermijden. Relaties van aantrekken en afstoten. Die er soms zijn en dan ineens weer niet. Die je net genoeg aandacht geven om je te laten blijven, maar nooit genoeg om je echt geliefd en gewild te laten voelen. En er is nog iets wat nog wat dieper gaat die frequentie alleen.
Waarom je juist met jouw diepte emotioneel onbereikbare partners aantrekt
Dit is een laag die de meeste mensen niet zien en die pijn doet als je hem herkent. Het is niet ondanks jouw diepte dat je steeds partners aantrekt met dezelfde vermijdingsstrategie. Het komt door jouw diepte. En dat zeg ik niet om jou de schuld te geven, dus luister even verder.
Jij ziet mensen echt zoals ze zijn. Je voelt wat er onder de oppervlakte zit. Je ziet de pijn die iemand met zich meedraagt, de potentie die er in zit, wie iemand zou kunnen zijn als hij of zij zou helen. En die gave, want dat is het, werkt als een magneet op mensen die zichzelf niet kunnen of willen zien.
De emotioneel onbereikbare partner is bewapend en in conflict met zichzelf. Hij of zij blijft liever aan de oppervlakte. En voor iemand met jouw diepte voelt dat onbewust heel intrigerend. Het is als een uitdagende puzzle van 2000 stukjes. Iemand die je wilt doorgronden en begrijpen, die je helemaal wilt bereiken, verzachten en helpen. Maar daar zit de valkuil.
Jij vult met jouw diepte het gat op van de ongeheelde wond van de ander. En dat voelt heel krachtig voor jou. Het geeft je een gevoel van vervulling en zingeving. Het voelt als verbinding en als elkaar volledig aanvullen en zelfs als liefde. Maar wat je hiermee eigenlijk doet, is een project van iemand maken. En relaties zijn niet bedoeld als projecten.
Je bent zo bedraad om in te springen op de plek waar begrip nodig is. Jouw diepte wil ontcijferen, verzachten, stabiliseren en harmonie brengen. En de emotioneel onbereikbare partner creëert precies die puzzel die jij het allerliefste wilt oplossen. En zo blijf je. Niet omdat de relatie je voedt. Maar omdat het je bezighoudt met de ander, boven jezelf.
Begrip is niet hetzelfde als compatibiliteit
Dit is misschien wel de meest harde waarheid van deze aflevering. Je kunt iemands wonden op zo’n diep niveau begrijpen en tegelijkertijd totaal niet compatibel zijn met die persoon voor een relatie. Je kunt iemand volledig doorzien, aanvoelen en begrijpen waar zijn of haar pijn vandaan komt en dat diegene toch niet de persoon is waarmee je een mooie, gezonde en gelijkwaardige relatie kunt opbouwen.
Begrip staat niet gelijk aan duurzaamheid op de lange termijn. En het voelen van verbinding staat niet gelijk aan het hebben van een toekomst samen.
Maar dat onderscheid is moeilijk te voelen als je jouw hoop, verlangen of verwachting projecteert op de potentie van iemand. Als je niet ziet wie iemand nu is, en wat je in het hier en nu voor gedrag van de ander ziet, maar wie hij of zij zou kunnen worden. Of als je jouw diepte inzet om te compenseren of een gat te vullen dat alleen de ander zelf kan vullen.
Ondertussen kies je steeds opnieuw voor iemand waarvan je diep van binnen weet dat hij of zij jou niet zal kiezen. Niet echt en niet volledig.
Waarom doe je dat dan? Omdat jij dan in de voor jou bekende en comfortabele rol kunt blijven. De rol van de bewuste, de groeiende, de zorgzame, de liefdevolle persoon die zoveel te geven heeft. Degene die het allemaal begrijpt en draagt en ziet. En die rol voelt vertrouwd en veilig omdat je niets beter kent dan dit.
Er is iets wat die rol jou bespaart maar wat veel kwetsbaarder voelt dan helpen.
Waarom gezien worden veel enger is dan geven
Als je iemand ontmoet die gelijkwaardig is en die net zo diep kan voelen als jij, aanwezig is en jou ook echt kan zien, dan verandert er iets. Dan kun je niet meer alleen maar geven maar dan moet je ook kunnen ontvangen, verzachten en jezelf overgeven. En dat is veel kwetsbaarder dan de emotioneel onbereikbare partner.
Want bij iemand die jou niet echt kiest, is er ook niet echt een risico. Je kunt volledig aanwezig zijn voor de ander zonder dat de ander volledig aanwezig hoeft te zijn voor jou. Jij blijft in controle en jij blijft de gever. Jij hoeft jezelf nooit echt bloot te geven, want de ander is toch niet beschikbaar voor wat er dan zou komen.
Maar bij iemand die wél beschikbaar is, die jou wél wil zien, wél wil ontvangen, wél wil bouwen met jou, daar kun je je niet verstoppen achter je diepte. Daar word je uitgenodigd om ook ontvanger te zijn, helemaal gezien te worden en kwetsbaar te zijn.
En voor een zenuwstelsel dat geleerd heeft dat gezien worden gevaarlijk is voelt dat als het meest bedreigende wat er is.
Als je jezelf vermijdt, vermijdt een ander jou ook
En zo komen we terug bij die openingszin.
Als je jezelf vermijdt; je eigen gevoel, onrust, behoeften en pijn, dan straalt dat uit in al je relaties. In hoe je aanwezig bent in een gesprek, in hoeveel ruimte je inneemt en in hoe diep je contact en verbinding met een ander werkelijk toelaat.
Je kunt nog zo graag verbinding willen maar als er nog steeds een deel van jou achter glas zit, dan voelt de ander dat. Dan ben jij niet helemaal beschikbaar voor de ander en doe die ander hetzelfde. Dan blijft de ander ook op afstand, geeft ook niet alles en is er ook maar half.
Misschien herken je het; relaties die altijd een plafond hebben. Vriendschappen die gezellig zijn maar nooit echt dieper worden en het gevoel dat mensen je wel aardig vinden maar je nooit echt kennen en zien. Dat is geen toeval maar resonantie met jou.
Hoe je dit doorbreekt, maar stap voor stap
Je kunt en hoeft dit niet in één keer doorbreken en te doorvoelen. Je brein heeft daar ook een natuurlijk mechanisme om je te beschermen tegen emotionele en fysieke pijn, wat in feite gemaakt is om te voorkomen dat je verandert en groeit. Dus als je er niet bewust voor kiest te willen groeien en dit patroon te doorbreken, dan blijft alles zoals het is. Als je doet wat je altijd deed, dan krijg je wat je altijd had.
Je hoeft zeker niet ineens alle pijn van de afgelopen jaren te laten binnenkomen. Maar zoals je spieren traint door ze geleidelijk steeds meer te belasten, zo kun je ook je zenuwstelsel trainen door je stap voor stap steeds meer bewust te worden van waar je je eigen gevoelens van gemis en pijn uit de weg gaat door in plaats van je aandacht te richten op die rouw, je te focussen op anderen. De pijn van het gemis van het gevoel helemaal jezelf te mogen zijn en gezien te worden echt te doorvoelen.
Dat doe je door te beginnen met één keer je telefoon weg te leggen als je merkt dat je vlucht. Één keer bij het ongemak blijven als het opkomt. En één keer even de tijd te nemen om je tranen en verdriet toe te laten in plaats van altijd maar door te gaan en jezelf af te leiden met wat moet.
Dus de volgende keer dat je naar je telefoon grijpt omdat je eigenlijk even helemaal niets wilt, stop dan even. Niet om jezelf te veroordelen. Maar om nieuwsgierig te zijn. Wat gebeurde er of wat voelde je net voordat je naar je telefoon greep? Wat probeer je op dit moment even niet te voelen?
Leg hem neer. Vijf minuten. Laat de onrust en het ongemak er zijn. Adem en voel wat er in je lichaam omgaat als je even niet vlucht. En elke keer dat je dat doet, elke keer dat je een beetje meer toelaat dan je eerder durfde, verschuift er iets. In je lichaam, in je energie en dus ook in wat en wie je aantrekt. Dat gebeurt niet als één grote transformatie maar stap voor stap, door kleine, dagelijkse keuzes.
Hoe het voelt als je jezelf wél toelaat
Ik wil je ook even meenemen naar de andere kant om naar uit te kijken en als iets wat nu al mogelijk is in kleine momenten. Misschien heb je het al wel eens gevoeld zonder dat je het kon benoemen.
Het is het moment waarop je je telefoon even neerlegt en laat liggen. Of wanneer je zocht naar een film of serie om te kijken maar niets kon vinden en de TV ineens uitzet. Het moment waarop je de rust of juist onrust even toelaat en de stilte niet opvult. En dan voel je het gebeuren. Een soort diepe zucht van binnenuit. Alsof je lichaam eindelijk toestemming krijgt om los te laten wat het al die tijd heeft gedragen.
Het hoeft helemaal geen dramatische huilbui te zijn ofzo maar kan juist ook heel stil en gewoon zijn. Een traan die zomaar komt of een gevoel van vermoeidheid dat veel dieper gaat dan moe zijn. Het is de vermoeidheid van jarenlang waakzaam en alert zijn en op jezelf passen terwijl je naar buiten toe deed alsof het allemaal goed ging.
Pure rust. Niet de verdoving die eruitziet als rust maar waarbij je vanbinnen nog steeds aan staat. Maar de rust waarbij je lichaam echt mag landen. Waarbij je echt helemaal niets hoeft op te lossen en jij er gewoon mag zijn.
Dat voelt echt anders. In je borst, in je schouders, in je ademhaling. De ontspanning zakt in je lijf en je buik ontspant en de ruimte in jou voelt groter.
In relaties voel je het ook. Je merkt het wanneer je in gesprek bent met iemand en merkt dat je niet aan het scannen bent. Dat je niet aan het berekenen bent wat de ander nodig heeft, niet aan het aanpassen en niet aan het invullen. Je bent er gewoon. Je luistert vanuit rust in plaats van vanuit alertheid. Je zegt wat je denkt zonder het eerst drie keer te filteren.
Dat is aanwezig zijn voor jezelf. En het is precies dat wat een ander voelt. Niet alsof je je best moet doen, maar als pure aanwezigheid. En aanwezigheid trekt aanwezigheid aan.
De overgangsperiode
Als je begint te veranderen, als je stopt met het oude patroon, dan wordt het eerst ongemakkelijker i.p.v. makkelijker. En dat is precies het moment waarop de meeste mensen stoppen en denken: zie je wel, het werkt niet. Ik doe iets fout.
Maar dat is het niet. Wanneer jij stopt met altijd en voortdurend maar beschikbaar te zijn, dan gaan de mensen die gewend waren aan jouw beschikbaarheid reageren. Soms subtiel als in een beetje afstandelijker of een beetje minder warm. En soms direct, waardoor ze hun irritatie uiten. Waarom ben je zo anders, wat is er met je aan de hand?
Een partner die liever een diepere verbinding vermijdt, trekt zich terug als jij minder achter hem of haar aan gaat. Een vriendschap die altijd draaide op jouw energie voelt ineens leeg. De dynamieken die vertrouwd waren maar niet gezond voor jou, beginnen te schuren.
Het voelt even als bewijs dat je het fout doet. Dat je te ver bent gegaan en dat je mensen kwijtraakt. Maar het is juist het bewijs dat er iets verschuift en dat jij aan het groeien bent.
Want wat je ziet gebeuren is dat de relaties die alleen konden bestaan op basis van het oude patroon; de ongelijkwaardigheid, jouw overgave, jouw constante beschikbaarheid, die houden op te bestaan. Niet omdat jij iets kapot hebt gemaakt. Maar omdat ze nooit echt waren wat je hoopte dat ze waren.
En tegelijkertijd ontstaat er meer ruimte voor jou. Ruimte voor contact dat wel gelijkwaardig is. Voor mensen die niet weglopen als jij een grens stelt en voor relaties waarin jij ook ontvanger mag zijn.
Dat gaat helaas niet snel en ook niet zonder pijn maar het gebeurt onherroepelijk als jij voelt dat je deze dynamiek niet langer in stand kunt houden. Deze overgangsperiode is niet het bewijs dat je faalt maar het bewijs dat je beweegt en groeit!
Terug naar jou
Jouw diepte is geen ‘fout’ en geen last en het is ook niet de reden waarom je steeds verkeerde mensen aantrekt. Jouw diepte is letterlijk bedoeld om ontmoet te worden.
Maar dat kan alleen als jij jezelf toelaat om ontmoet te worden. Als je stopt met je te verstoppen achter het helpen, het begrijpen, het oplossen van de puzzel van de ander. Als je bereid bent om ook ontvanger te zijn. Om ook gezien te worden. Om ook kwetsbaar te zijn voor iemand die dat aankan.
Dat begint niet bij de juiste partner vinden. Dat begint bij jezelf. Bij de onrust die je nog weg scrollt of swiped. Bij het gevoel dat je nog verdooft. Het begint bij het moment waarop je jezelf de vraag durft te stellen: wat zou er gebeuren als ik mezelf nu echt zou laten zien?
Want hoe meer jij aanwezig bent voor jezelf, hoe meer een ander aanwezig kan zijn voor jou. Dat is geen spiritueel concept. Dat is hoe je zenuwstelsel werkt. En het begint, iedere keer opnieuw, bij jou.
Liefs, Fanny