Waarom je onbewust blijft kiezen voor een partner die je niet echt ziet

Je diepste verlangen is ook je grootste angst

Er is een vorm van eenzaamheid die je alleen herkent als je haar binnen een relatie hebt gevoeld. Je ligt naast iemand van wie je houdt en die heel lief voor je is. Er is warmte, er is een arm om je heen, er is iemand die vraagt hoe je dag was. En toch is er een heel gedeelte van wie jij bent, waar die ander niet bij komt.

Je probeert er weleens iets over te vertellen, over wat je voelt en ziet en wat er in je leeft, hoe je in elkaar zit en denkt, maar je merkt aan de blik of de reactie van de ander dat het niet aankomt. Dat is geen onwil. De ander kan er simpelweg niet bij. Dus maak je het kleiner en behapbaarder. Je vertelt de versie die voor je partner wel te volgen is, en de rest slik je weer in en neem je mee naar binnen.

Dit is een onbereikbaarheid die minder opzichtig is dan die van iemand die met gedrag duidelijk maakt niet voor je te kiezen, door niet te bellen of nooit zelf een afspraak te maken. En juist daardoor is ze moeilijker te herkennen, maar niet minder pijnlijk.

Luister het artikel hier op YouTube of als PodCast op  Spotify of  Apple Podcasts. 


Wat eronder ligt

Eerder maakte ik de podcast: ‘Als je jezelf vermijdt, vermijdt een ander jou ook’. Het feit dat deze podcast op dit moment al meer dan 80.000 keer werd beluisterd en de aflevering ervoor zorgde dat ik in de top 100 van best beluisterde podcasts van Nederland belandde, laat zien dat heel veel van de luisteraars zich hierin herkenden. En dan stel je jezelf misschien de vraag: ik zie het nu, waarom verandert het dan niet?

Ik denk dat dat komt omdat er onder dat patroon twee angsten liggen die elkaar in evenwicht en in stand houden. Van de eerste angst ben je je waarschijnlijk wel bewust. De angst om opnieuw niet gezien te worden. Om weer naast iemand te zitten en je alleen te voelen, zoals je dat in eerdere relaties voelde en misschien al als kind. En om jezelf daarin weer kwijt te raken, omdat je je opnieuw gaat aanpassen aan wat de ander wél kan ontvangen.

Deze angst, om opnieuw niet gezien te worden, laat zich zien in een relatie, maar ook als je single bent.

  • In een relatie wil je de pijn vermijden van weer niet begrepen en gezien worden door je partner. Dus houd je jezelf in en maak je jezelf kleiner, om dat gevoel voor te zijn. Je slikt jezelf in. En daarmee houd je precies in stand waar je bang voor bent.
  • Als je single bent, stoot je onbewust potentiële partners af. Je wilt het niet nog een keer meemaken.

De tweede angst is stiller. Het is de angst om wél gezien te worden. Want misschien weet je wel helemaal niet hoe dat is. Je weet hoe het is om te voelen wat een ander nodig heeft, om te dragen, te begrijpen en te helpen. Daar ben je een kei in geworden gedurende je leven. Maar wie ben je bij iemand die dat allemaal niet van je nodig heeft, die je alleen maar helemaal ziet zoals je bent en blijft?

Je lichaam kent die plek niet. En wat je lichaam niet kent, voelt als gevaar.

Ook deze angst om juist wél helemaal gezien te worden, laat zich als volgt zien in een relatie, en als je single bent.

  • In een relatie ga je er wellicht al snel van uit dat je partner jou niet wil zien zoals je werkelijk bent. Niet alleen omdat de ander dat misschien niet kan, maar omdat het diep vanbinnen voelt alsof wat er dan zichtbaar wordt niet goed of gewenst is. Het zal toch wel te veel, te diep, of te ingewikkeld zijn. En dus beslis jij voor de ander en laat je het niet meer zien. Je partner krijgt dan niet echt de kans om je ongelijk te geven.
  • Als je single bent, verlang je naar iemand die je werkelijk ziet, en zodra dat dichtbij komt, vind je een reden waarom het niet klopt. Of je kiest iemand bij wie het veilig en een beetje oppervlakkig blijft. Of je kiest een tijdlang niemand, omdat het je rust en voorspelbaarheid geeft.

En zo beweeg je heen en weer. Naar iemand toe, omdat je niet langer ongezien wilt blijven. En weer weg, zodra iemand je werkelijk dreigt te zien. Allebei die bewegingen zijn te begrijpen, maar ze houden je ook precies waar je bent.

Vier manieren waarop je onzichtbaar blijft

Deze angsten laten zich niet openlijk zien. Maar ze zitten wel in het gedrag en kleine bewegingen die je zelf nauwelijks opmerkt, in een relatie en net zo goed als je alleen bent.

1. Je geeft, zodat niemand te dicht bij jou komt.

Zolang jij degene bent die begrijpt, draagt en zorgt, is er bij jou geen ingang. In een relatie richt je je steeds op de ander. Je doorgrondt de patronen van je partner, je ziet wat er nodig is en je helpt. En omdat je zoveel ziet, voelt het ook alsof het probleem bij de ander ligt. Maar juist door die focus vermijd je jezelf. Zolang je bezig bent met de binnenwereld van de ander, hoef je niet dichter bij die van jezelf te komen, en kan de ander jou ook niet zien. Je partner voelt zich op den duur overbodig en zelfs machteloos, omdat er nooit iets voor jou te doen valt.

Als je single bent, ben je degene die op een date alle vragen stelt, zich volledig richt op de ander en naar huis gaat zonder dat de ander iets van jou weet. Of je doet het omgekeerde. Je vertelt juist heel veel over jezelf. Je legt uit wie je bent, hoe je in elkaar zit en wat iemand van je kan verwachten. Dat lijkt openheid. Maar eronder ligt de verwachting dat het voor de ander toch niet goed zal zijn. Je legt alles alvast op tafel, zodat de ander op tijd kan afhaken, voordat jij je hart verliest. Uitleggen wie je bent is iets anders dan jezelf laten zien. 

In beide gevallen voel jij je niet gezien, terwijl de ander nergens echt bij je naar binnen kon.

2. Je test, zonder dat de ander het weet.

Je kruipt even uit je schulp, laat een klein stukje van jezelf zien en kijkt wat ermee gebeurt en hoe de ander ermee omgaat. Reageert je partner niet meteen precies zoals jij het zou willen, dan weet je genoeg en trek je je meteen weer terug. Als je single bent en aan het daten, is één opmerking die net niet klopt al voldoende. De ander zakt voor een toets waarvan die niet wist dat hij werd afgenomen, en jij ziet bevestigd wat je al geloofde. Op één puntje, of op de hoop en verwachtingen die je van deze date had, ben je de verbinding kwijt.

Wat als je het even de tijd geeft? Als je aan het daten bent: elkaar gewoon leren kennen en op termijn aan gedrag en acties zien of jullie compatibel zijn voor een relatie, in plaats van dat alles op die ene avond moet kloppen.

En als jij iets nieuws probeert en meer van jezelf wilt laten zien in je relatie, geef je partner dan ook de kans om hieraan te wennen en mee te groeien. En nog beter: maak je partner duidelijk dat dit moeilijk voor je is, waar je bang voor bent en wat je wilt proberen.

3. Je schrikt als het wel gebeurt.

Iemand zegt iets wat precies klopt, of kijkt net iets te lang. En je voelt geen opluchting, maar alsof je betrapt wordt. In een relatie kun je dan ongewild je partner afwijzen, juist op het moment dat die er voor je wil zijn. 

  • Je partner ziet bijvoorbeeld dat je verdrietig bent en zegt dat ook. Jij hoort kritiek. Je verdedigt je, of je draait het om, en binnen een minuut gaat het weer over de ander.
  • Je partner wil voor je zorgen als je moe of ziek bent. Jij zegt dat het niet hoeft en dat je je wel redt. Iets ontvangen voelt als zwakte, of als een schuld die je moet terugbetalen.
  • En na een avond waarop jullie echt dichtbij waren, ben je de volgende dag druk, kortaf, of is er ineens ruzie over iets kleins. Je lichaam herstelt de afstand die het kent.

Dat je zo reageert, is geen onwil. Het is angst. Je lichaam heeft nabijheid nooit als veilig leren kennen en doet wat het altijd deed om je te beschermen.

Het betekent niet dat je partner het goed deed en jij fout. Het vraagt om begrip en erkenning voor waar het vandaan komt, en om geduld, omdat je iets leert wat je nooit eerder kon.

Als je single bent, vind je juist degene die echt doorvraagt ineens te veel, te snel of niet jouw type. Het kan voelen als lovebombing, overspoeld worden met aandacht om je snel te binden. Of je denkt dat diegene met al die interesse en vragen zichzelf vermijdt door zich zo op jou te richten, en dat was nu net wat je niet meer wilde. Je herkent je eigen strategie, en wantrouwt haar in de ander. Terwijl diegene misschien gewoon oprecht in je geïnteresseerd is.

Het verschil zie je niet op de eerste avond, maar in de tijd. Lovebombing heeft altijd haast en wil dat jij meegaat in het tempo. Oprechte interesse blijft rustig en laat jou de ruimte.

4. Je houdt vast aan het verhaal dat de ander het niet kan.

Op een bepaald moment heb je een conclusie getrokken: de ander kan mij niet zien. En vanaf dat moment kijk je door de bril van die conclusie.

  • In een relatie klinkt dat als: je begrijpt me toch niet. Je legt het niet meer uit, want je weet al hoe het gaat. Wat je partner ook probeert, het telt niet meer mee, en wat er misgaat, is puur een bevestiging van wat je zelf al dacht. Je bespreekt het met vriendinnen of vrienden, maar niet meer met je partner zelf. Het verhaal doet pijn en tegelijk houdt het je precies daar, veilig in je comfortzone. Zolang de oorzaak bij de ander ligt, hoef jij het risico niet te nemen om je helemaal te laten zien.
  • Als je single bent, klinkt het als: de mensen die ik tegenkom kunnen deze diepte niet aan. Of: iedereen is vermijdend, of nog niet zo ver. Je hebt de conclusie al getrokken voordat je iemand echt hebt leren kennen. En alles wat je in de loop der jaren over patronen hebt geleerd, wordt dan ook een manier om er heel snel achter te komen waarom iemand het voor jou niet is.

Soms klopt het verhaal gewoon. Er zijn mensen die jou werkelijk niet kunnen volgen, en dat mag je zien. Het verschil zit in een paar vragen. Heb ik de kans genomen om mezelf echt te laten zien, of heb ik mezelf uitgelegd? Heb ik gezegd wat ik voel en wat ik nodig heb, voluit en vaker dan één keer? Heb ik de tijd genomen om de ander echt te leren kennen, niet alleen in woorden maar ook in gedrag?

Als je dat hebt gedaan en de ander kan of wil er niet bij, dan is het geen verhaal maar informatie. Heb je het niet gedaan, dan weet je het eigenlijk nog niet.

Ook dit is geen fout. Het is een manier om teleurstelling voor te zijn, door alvast zelf de conclusie te trekken.

Waar je dit leerde

Niemand wordt zonder reden bang om gezien te worden. Ergens, heel vroeg, was je een kind dat iets liet zien. Verdriet, boosheid, enthousiasme, een vraag. En je merkte dat het niet aankwam. Misschien had niemand tijd. Misschien had iemand het zelf zo zwaar dat jouw gevoel er niet meer bij kon. Misschien kreeg je alles wat je nodig had, behalve een blik die zei: ik zie wat er in jou gebeurt, en het mag er zijn.

Een kind kan daar maar één ding mee doen. Het gaat naar de ander kijken. Wat heb jij nodig, hoe gaat het met jou, wat kan ik doen zodat het hier weer rustig wordt? Zo leerde je afstemmen. Je voelde de stemming in huis voordat er een woord was gezegd. Je wist wanneer je stil moest zijn, wanneer je moest helpen en wanneer je vrolijk moest doen.

Misschien was je van jezelf al gevoelig. En juist een gevoelig kind neemt meer op van wat er om zich heen gebeurt, het goede en het pijnlijke. Dat je al die gevoeligheid op anderen ging richten, heb je geleerd. Het was jouw manier om overeind te blijven. En het werkte. Als jij goed aanvoelde wat de ander nodig had, bleef het rustig en kwam er even warmte jouw kant op. Zo nam je aan dat dit is wat liefde is. Iets wat je krijgt als je goed genoeg afstemt. Iets waar je voor moet werken, en wat weer kan verdwijnen als je even niet oplet.

Kom je later iemand tegen voor wie je moeite moet doen, dan herkent je lichaam dat meteen. De spanning in je buik, het willen begrijpen, het hopen. Het voelt als aantrekkingskracht en het is herkenning. Iemand die wel beschikbaar is, die terugbelt, doorvraagt en blijft, roept niets van dat alles op. Dat voelt vlak, of juist te dichtbij. Je denkt: er is geen klik. Terwijl je lichaam eigenlijk zegt: dit ken ik niet. Liefde waar ik niets voor hoef te doen, ken ik niet.

Je diepste verlangen is ook je grootste angst

Hier verandert het verhaal. Je bent niet bang om gezien te worden. Je bent bang voor wat er daarna gebeurt. Dat iemand je helemaal ziet, ook het deel dat zelf iets nodig heeft, het deel dat het even niet weet en op dat moment niets te geven heeft, en dan alsnog weggaat.

Want als iemand vertrekt die je nooit echt heeft gezien, doet dat pijn, maar het ging niet werkelijk over jou. Als iemand vertrekt die je wel helemaal heeft gezien, is er niets meer om je achter te verschuilen.

En zo blijken de twee angsten er één te zijn. Niet gezien worden en wel gezien worden komen in je lichaam op hetzelfde uit: alleen overblijven. Daaronder ligt de oude vraag van dat kind: is dit genoeg om bij te blijven? Zolang die vraag openstaat, kies je mensen die jou niet volledig zien.

Dat is geen zwakte en ook geen fout in jou. Het is een bescherming die ooit precies deed wat nodig was. Alleen beschermt ze je nu ook tegen wat je het meest verlangt. De zekerheid waar je op wacht, dat de ander blijft, kan niemand je vooraf geven. Daarom begint het antwoord niet bij een partner. Het begint bij voelen dat liefde niet voorwaardelijk is, en dat je haar jezelf mag gunnen zonder er eerst iets voor te doen.

Dan voel je dat jij ook kwetsbaar mag zijn. Dat je steun mag ontvangen. Dat je iemand mag toelaten die dingen voor jou doet, zonder dat daar iets tegenover hoeft te staan. En dan verandert de vraag. Je vraagt je niet meer af of de ander blijft als die jou ziet. Je vraagt je af of jij bij jezelf blijft, wat de ander ook doet.

Leren ontvangen

Misschien denk je nu: ik snap het. En waarschijnlijk snapte je een groot deel allang. Je hebt erover gelezen, je herkent je patronen en je kunt ze haarfijn uitleggen. Maar je lichaam leert niet van uitleg. Het leert van ervaring. Je moet aan den lijve meemaken dat er iets binnenkomt, dat jij er niets voor hoeft te doen, en dat er daarna niets ergs gebeurt.

Dat begint heel klein. In momenten waarop je iets echt laat binnenkomen in plaats van het meteen weer terug te geven. 

  • Iemand vraagt hoe het met je gaat, en na twee zinnen wil je de vraag terugspelen. Blijf één zin langer bij jezelf.
  • Iemand biedt aan om iets voor je te doen, en je wilt zeggen dat het niet hoeft. Zeg één keer: ja, graag.
  • Iemand geeft je een compliment, of blijft je aankijken terwijl je iets vertelt wat je raakt. Laat het drie tellen staan voordat je iets zegt.

En als je alleen bent: leg een hand op je borst en benoem wat je voelt, zonder het op te lossen. Dat is de eerste blik die blijft. Let op wat er in je lichaam gebeurt in die paar tellen.

Grote kans dat je onrust voelt. Een drang om iets terug te doen, om de rekening meteen te vereffenen, om te laten zien dat je het waard was. Je schouders gaan omhoog, je adem wordt hoger, je zoekt naar woorden om het moment te vullen. Dat is je oude systeem dat dacht dat liefde verdiend moest worden, dus doe iets.

Je hoeft die drang niet weg te duwen. Je hoeft het alleen maar waar te nemen en er alleen even niet naar te handelen. Blijf zitten, adem uit en laat het compliment, de hulp of de blik bij je aankomen. Elke keer dat je dat doet, leert je lichaam een klein beetje dat ontvangen veilig is.

Als iemand er dan echt voor je is

Dan kan dat ineens verdriet oproepen in plaats van blijdschap. Wanneer je partner een lekker kopje warme thee voor je neerzet als je het nodig hebt, zonder dat je erom vroeg, schiet je vol. Iemand luistert oprecht naar je, en je krijgt ineens een brok in je keel. Iemand legt een hand in je rug om je naar buiten te begeleiden en je voelt je ineens beschermd en ontroerd.

Dat verdriet gaat niet over dit moment. Het gaat over alle keren dat het er niet was. Je voelt pas hoe groot het gemis was op het moment dat het even wordt vervuld. Dit is geen teken dat er iets misgaat. Het is je lichaam dat eindelijk durft te voelen wat het al die tijd heeft gedragen. Laat het er zijn. En als je kunt: laat de ander erbij zijn.

Liefde die beschikbaar is, voelt in het begin vaak vlak. Er is geen spanning of onrust in je buik, je hoeft niet te hopen en er valt niets te ontcijferen. Je lichaam is nog steeds gewend dat liefde iets is wat je moet najagen, en hier valt niets meer na te jagen.

Geef jezelf de tijd om te ontdekken dat rust iets anders is dan leegte of oppervlakkigheid. En dat het gebrek aan onrust niet betekent dat er een gebrek aan gevoel is. Het kan weken of misschien wel maanden duren voordat je lichaam deze rust gaat herkennen als iets goeds. In plaats van dat je nog altijd waakzaam moet zijn voor als het misschien misgaat. Zeg daarom hardop tegen de ander dat dit nieuw voor je is. Dat je soms de neiging hebt om het uit de weg te gaan terwijl het juist fijn is. Daarmee doe je precies wat je zo lang hebt vermeden: je laat zien wat er werkelijk in je gebeurt.

Dit gaat niet in één keer.

Je zult jezelf nog vaak betrappen op situaties waarin je jezelf kleiner maakt, op testen, op het verhaal dat de ander het toch niet kan. Dat is niet slecht en het is ook geen terugval. Het feit dat je het nu ziet, is al een hele grote verandering. Langzaam verschuift er iets in je Je merkt eerder wanneer je je woorden of gevoelens inslikt. Je spreekt jezelf vaker volledig uit. Je durft iets langer te blijven zitten wanneer iemand naar je blijft kijken.

En op een dag merk je dat wat je aantrekkelijk vindt, is veranderd. Dat de spanning van iemand die er net niet helemaal is, je minder doet. En dat iemand die er gewoon is, niet meer saai voelt maar veilig. Volledig gezien worden is niet iets waar je op een dag ineens klaar voor bent. Het is iets wat je lichaam stap voor stap leert verdragen, tot het niet meer voelt als gevaar maar als thuiskomen. Je trekt niet aan wat je wilt, je trekt aan wat je bent. 

En je hoeft niet eerst de angst kwijt te zijn. Je hoeft alleen maar te weten dat deze angst naast je verlangen staat. En dat als je beide ziet en kunt omarmen, je door die deur kunt stappen.

Je hoeft dit niet alleen te doen

Gezien worden leer je niet in je eentje. Je leert het in contact, bij mensen bij wie je kunt oefenen met jezelf laten zien en bij wie je mag blijven. In de OntpopCast+ aflevering bij dit artikel neem ik je mee in de ervaring zelf: wat er in je lichaam gebeurt als je iets ontvangt, en hoe je daarbij blijft. Met OntpopCast+ krijg je toegang tot deze aflevering, het werkblad en de community.

En merk je dat je dit wel begrijpt maar nog niet kunt voelen, dat je blijft schrikken als iemand dichtbij komt of jezelf blijft inslikken? Dan is dat precies waar we aan werken in Stevig op Jezelf Staan. Zes weken intensief, met drie maanden persoonlijke begeleiding in de community, zodat je het niet alleen weet maar ook gaat belichamen.

Wil je eerst voelen of het programma bij je past? Plan dan een persoonlijk intakegesprek via contact op Ontpop.nl/contact

Voor nu wens ik je toe dat je mild bent voor jezelf. Dat je hiernaar durft te kijken, is al een manier van jezelf zien.

Liefs, Fanny