Wat als je moe bent van het aanpassen en niet van je werk?
Het is zondagavond. Morgen begint er weer een nieuwe week. De lijstjes zijn afgevinkt, de was hangt, iedereen heeft gekregen wat hij nodig had. En toch zit je op de bank met een vermoeidheid of zelfs uitputting die veel dieper gaat dan je stramme spieren of het gepieker je hoofd. Het soort vermoeidheid die geen nacht slapen lijkt te kunnen oplossen.
Je denkt: hoe kan dat nou? Ik heb niet eens zoveel gedaan. Anderen doen veel meer.
Luister het artikel hier op YouTube of als PodCast op Spotify of Apple Podcasts.
Maar het zit niet in je agenda en de afspraken die je had. Het zit in al die kleine momenten waarop je jezelf deze week hebt bijgesteld en aangepast. Het zit in dat gesprek met je partner waarin je voelde dat iets voor jou niet klopte maar je je zin inslikte, omdat de sfeer al gespannen genoeg was. Het zit in het appje dat je drie keer herschreef omdat je bang was te hard over te komen. Het zit in die keer toen je ‘ja’ zei terwijl je maag zich al samentrok bij de gedachte aan de gebeurtenis waar je ja tegen zei. In het aanvoelen van wat je partner nodig had, wat je collega dwarszat, of wat die ene stilte van je vader betekende.
Niemand heeft het gezien. Jij waarschijnlijk ook niet. Maar je zenuwstelsel heeft elk moment geregistreerd.
Een stijging die we verkeerd lezen
Er vallen steeds meer mensen uit. Volgens recente cijfers steeg het aantal verzuimdagen door stress afgelopen jaar met 12 procent, en in de afgelopen vijf jaar tijd zelfs met 49 procent. Wie door stress uitvalt, is gemiddeld 257 dagen afwezig en bij een burn-out zelfs 338 dagen.
Bijna een jaar. Een jaar uit je leven.
We noemen het werkstress. En we zoeken de oplossing waar we die verwachten: minder uren, een beter rooster, een begripvolle leidinggevende. Dat helpt. Echt. Maar het raakt de kern niet, zodat het niet zorgt voor een duurzame verandering.
Want in maar ongeveer één op de vijf gevallen wordt het werk als de belangrijkste oorzaak gezien. Vaak ligt er natuurlijk veel meer onder, dan alleen het werk. Het is een optelsom van werkdruk, (mantel)zorg, geldzorgen en gezondheid.
Maar onder die optelsom ligt iets wat volgens mij in geen enkel meetbaar verzuimcijfer terugkomt. Het altijd maar goed willen doen, voor iedereen, op elk moment.
Wat er in je lichaam gebeurt als je je aanpast
Als kind leer je razendsnel wat er nodig is om veilig te blijven. Je zenuwstelsel kiest een strategie. Soms is dat vechten. Soms vluchten. Soms bevriezen. En soms is het pleasen.
In de psychologie heet dat de fawn-reactie: je stemt je zo snel en zo precies af op de ander, dat de spanning niet eens de kans krijgt om te ontstaan. Je voelt de stemming in een ruimte voordat iemand iets zegt. Je weet wat er nodig is voordat iemand erom vraagt. Je past je aan, en je doet het zo soepel dat het van buitenaf lijkt op karakter.
Mensen noemen je zorgzaam. Betrouwbaar. Iemand op wie ze kunnen bouwen.
Wat ze niet zien, is dat je lichaam daarvoor nooit helemaal uit de waakstand gaat. Je schouders blijven een centimeter te hoog. Je adem blijft net iets te hoog en oppervlakkig in je borst. Je scant je omgeving voortdurend, thuis, op je werk, op verjaardagen, en zelfs 's nachts in bed, als je een gesprek van gisteren nog eens overdoet om te checken of je niets verkeerds hebt gezegd.
Dat kost bakken energie. Elke dag, jaren achter elkaar. En op een dag is de voorraad op.
Een ritme dat niet bij jou past
Maar als je dit herkent bij jezelf, dan ben je niet de enige.
Nederland hoorde tussen 2006 en 2016 bijna altijd bij de vijftien landen met de meeste gendergelijkheid. Maar dit jaar zakten we al van de 43ste naar de 46ste plaats. Vrouwen werken vaker in deeltijd omdat de zorg voor kinderen en ouders nog steeds vooral bij hen ligt, terwijl mannen nauwelijks minder zijn gaan werken. En het stressverzuim bij vrouwen lag vorig jaar twee keer zo hoog als bij mannen.
Ik denk dat daar iets onder ligt waarvan we ons veel te weinig bewust zijn en wat we misschien wel niet hardop durven te zeggen.
Emancipatie ging altijd over gelijke kansen. Over gelijkwaardigheid. Maar ergens onderweg is gelijkwaardig gaan betekenen: hetzelfde. Vrouwen mochten meedoen, in een systeem dat is gebouwd op een lineair ritme, een systeem dat gebouwd is en ontstaan door en vanuit mannen.
Elke dag dezelfde energie, dezelfde focus, dezelfde output. Van maandag tot vrijdag, van januari tot december, van je twintigste tot je pensioen.
Dat ritme sluit veel beter aan op het mannelijke lichaam, dat vooral een dagritme kent. Het vrouwelijke lichaam beweegt heel anders. In een cyclus van ongeveer een maand, met weken waarin je naar buiten gericht bent, helder en vol energie, en weken waarin je lichaam je vraagt om trager te gaan, naar binnen te keren, minder te geven.
Daar komt iets bij wat we in al het gelijkheidsdenken bijna zijn vergeten: mannen en vrouwen reageren biologisch anders op druk en stress en niet alleen omdat hun hele hormonale systeem en het opvangen van het stress hormoon cortisol anders in elkaar zit.
Vechten, vluchten, bevriezen… of zorgen en verbinden.
Lange tijd dachten we dat ieder mens onder stress hetzelfde doet: vechten, vluchten of bevriezen. Maar psycholoog Shelley Taylor van de University of California liet zien dat vrouwen onder stress vaker een ander patroon volgen: tend-and-befriend. Zorgen en verbinden. Het lichaam beschermt zichzelf en de mensen die van je afhankelijk zijn door te gaan zorgen, en zoekt veiligheid in het netwerk om je heen. Het hormoon oxytocine, samen met de vrouwelijke geslachtshormonen, lijkt daarbij een centrale rol te spelen.
Veel mannen zijn meer gebouwd op richting en focus. Eén doel. Eén taak. Afmaken en door naar de volgende. Veel vrouwen zijn meer gebouwd op overzicht. Op het in stand houden van verbinding, op het zorgen voor de mensen om haar heen, op het opmerken van alle kleine details die zouden kunnen wijzen op iets wat niet klopt. Een verandering in iemands stem. Een kind dat stiller is dan anders. Een sfeer die kantelt.
Dit zijn twee verschillende soorten intelligentie. Allebei nodig. En allebei even waardevol.
Cognitieve en onzichtbare arbeid
Maar kijk eens wat er gebeurt als je die twee soorten intelligentie in één gezin zet, in een samenleving die alleen de eerste meetelt.
Het is maandagochtend. Hij staat op, douchet, pakt zijn tas, misschien brengt hij de kinderen naar school en hij gaat naar zijn werk. Hij doet zijn ding. Dat is niet verkeerd. Zo werkt zijn systeem.
Zij gaat ook naar haar werk. Maar onderweg bedenkt ze dat ze nog een afspraak bij de huisarts moet maken, omdat haar dochter al drie dagen aan haar oor zit. Dat de gymtas nog in de gang staat. Dat haar schoonmoeder zaterdag jarig is en er nog geen cadeau is. Wat zal ze voor haar kopen? Oh, en school stuurde gisteren een melding over luizen. Ze moet vanavond de kinderen even goed checken en kammen. Haar zoon was aan tafel wel opvallend stil, misschien speelt er iets met die jongen uit zijn klas. In de vergadering ziet ze dat haar collega rode ogen heeft, en ze neemt zich voor om haar straks even apart te vragen hoe het gaat. Tussendoor appt ze de oppas voor woensdag. Ze bedenkt weer dat de vaatwastabletten op zijn en dat ze deze niet moet vergeten op haar lijstje te zetten. Ze voelt dat er thuis iets gespannen is tussen haar en haar partner en ze bedenkt alvast hoe ze dat vanavond zacht kan aankaarten zonder dat het ontploft.
En dat alles terwijl ze zich deze week toch al erg moe en prikkelbaar voelt, omdat haar cyclus aan het eind is. Terwijl ze al nachtenlang slecht slaapt. Maar ze slikt haar prikkelbaarheid zorgvuldig in, omdat niemand er iets van mag merken of mag zien hoe moe zij is.
Niemand ziet het. Haar partner niet, haar collega's niet, en eerlijk gezegd ziet zij het zelf ook niet meer. Het is gewoon wat ze doet. Wat ze altijd heeft gedaan.
Een ander systeem of hechtingsstijl
Sociologe Allison Daminger van Harvard noemt dit cognitieve arbeid: behoeften zien aankomen, opties bedenken, beslissen, en in de gaten houden of het goed gaat. Haar onderzoek laat zien dat dit werk zwaar is maar vaak onzichtbaar blijft, voor degene die het doet én voor haar partner, en dat het daardoor een veelvoorkomende bron van conflict is. Vrouwen doen er in totaal meer van, en vooral het vooruitdenken en het in de gaten houden komt bij hen terecht.
Het is niet dat hij niet wil. Hij ziet het vaak simpelweg niet. Omdat zijn systeem anders in elkaar zit. En ook omdat zij het al geregeld heeft, voordat het ooit zichtbaar werd.
Twee banen dus. De zichtbare. En de onzichtbare.
En het interessante is: dat patroon is geen vaststaand lot. Vervolgonderzoek laat zien dat de hechtingsstijl een sterkere voorspeller is van dit zorgende gedrag dan of je man of vrouw bent. En dat zowel mannen als vrouwen onder stress het vaakst voor zorgen en verbinden kiezen. Hoe sterker je als kind hebt geleerd dat liefde en veiligheid afhangen van hoe goed je voor anderen zorgt, hoe harder dit systeem draait. Ook als je lichaam allang om rust vraagt.
De helft van de wereld die niet wordt meegerekend
En dan is er nog iets. Misschien wel het meest pijnlijke De hormonale bewegingen van een vrouwenlichaam worden nauwelijks serieus genomen. Door de maatschappij niet, door de medische wereld niet, en eerlijk gezegd vaak ook niet door onszelf.
Het begint bij de menstruatie en de cyclus. Het gaat verder in de zwangerschap, in de maanden na de bevalling waarin je lichaam herstelt en je zenuwstelsel volledig is afgestemd op een klein mens. Het gaat verder in de perimenopauze, die vaak al rond je veertigste begint en je slaap, je concentratie en je emotionele en fysieke draagkracht verminderd, vaak zonder dat je doorhebt wat er gebeurt. Het vrouwelijke hormoon oestrogeen, wat altijd zorgt voor balans, daalt, waardoor cortisol minder goed wordt verdragen en een vrouw gevoeliger wordt voor stress. En daarna komt nog de menopauze.
En het houdt daar niet op. Ook na de overgang blijft de verandering in je hormonen doorwerken in je lichaam, je slaap, je stemming en je energie. Een heel vrouwenleven lang.
Van al die fasen wordt verwacht dat je er gewoon doorheen presteert. Alsof er niets verandert.
Tot 1993 was een mannenlichaam de norm in de wetenschap
Hoe diep dat zit, zie je aan de wetenschap. Vrouwen werden decennialang buiten medisch onderzoek gehouden. Een van de redenen was dat de cyclische hormoonschommelingen van vrouwen de analyse van de resultaten zouden bemoeilijken. Pas in 1993 werd in de VS bij wet vastgelegd dat vrouwen moeten worden meegenomen in klinisch onderzoek.
Sta daar nog eens bij stil; Het ritme dat een vrouw maakt tot wie ze is, werd gezien als ruis en iets waar geen ruimte voor was in de wetenschap.
De gevolgen voelen we nog steeds. Vrijwel elke vrouw krijgt in haar leven te maken met een of meer vrouw specifieke aandoeningen, en de diagnose wordt bij deze vrouwen gemiddeld zeven tot acht jaar te laat gesteld. Onderzoek van het RIVM onder ruim twaalfduizend werkende vrouwen laat zien dat meer dan een op de drie vrouwen in de overgang merkt dat haar klachten haar functioneren op het werk beperken, en minder dan de helft van hen durft dit op haar werk te bespreken.
Zorgverleners herkennen overgangsklachten bovendien niet altijd. Volgens WOMEN Inc. krijgt in Nederland maar 5 procent van de vrouwen met ernstige overgangsklachten een hormoonbehandeling, terwijl dat in de landen om ons heen tussen de 15 en 35 procent ligt. Daar komt nog eens bij dat deze klachten vaak ook door artsen niet serieus worden genomen en ten onrechte als burn-out worden gezien, terwijl er in werkelijkheid iets anders speelt, zoals overgangsklachten.
En wij zelf?
Wij zijn zo gewend om te leven in dit systeem omdat we ermee zijn opgegroeid, zodat we het van binnenuit bewaken. Je voelt dat je lichaam deze week minder aankan, en je denkt: niet zeuren. Je slaapt al maanden slecht, en je denkt: dat hoort bij deze leeftijd. Je voelt je prikkelbaar, somber, leeg, en je schaamt je ervoor. Dus pas je je aan. Ook aan je eigen lichaam. Je duwt het opzij, zoals je al die andere signalen opzij hebt leren duwen.
Dat is misschien wel de diepste vorm van aanpassen. Je aanpassen aan een wereld die jouw lichaam niet meerekent, door het zelf ook niet meer mee te rekenen.
En hoe zit het dan met mannen?
Het zou natuurlijk veel te makkelijk zijn om dit alleen een vrouwenverhaal te noemen. Want ook mannen passen zich vaak veel te veel aan. Vaak op een andere manier, en vaak net zo stil of misschien wel stiller.
Ik zie het ook in mijn eigen community. Waar die een paar jaar geleden nog vooral uit vrouwen bestond, is de verhouding nu ongeveer half mannen, half vrouwen. Steeds meer mannen voelen dat het oude beeld van altijd sterk zijn en altijd maar doorgaan niet meer past, en zoeken een plek waar ze dat mogen onderzoeken en veranderen.
Want ook voor mannen heeft dat doelgerichte systeem een schaduwkant. Als je eigenwaarde voor een groot deel samenvalt met wat je levert, met wat je bijdraagt, beschermt en hoeveel je van betekenis bent voor je werkgever en je gezin, wordt stoppen onmogelijk. Dan loop je door. Voorbij je grens, voorbij je lijf, voorbij de stem die al maanden fluistert dat het te veel is.
Want wie ben je nog, als je niet meer draagt?
Tot je lichaam die vraag voor je beantwoordt. Met een hart dat op hol slaat op de snelweg. Met een ochtend waarop je niet meer uit bed komt. Ook dat is aanpassen. Aan een beeld van wie je hoort te zijn.
En net als vrouwen hebben ook veel mannen in hun hechtingsstijl meegekregen dat zij eerder zorgen voor anderen en blijven presteren, dan luisteren naar zichzelf en hun eigen klachten serieus nemen.
Je moeheid is informatie
En hier draait het verhaal om. Want wat voelt als falen, als tekortschieten, als "ik kan het blijkbaar niet aan", is eigenlijk je lichaam dat eerlijker is dan je hoofd. Je hoofd zegt: nog even doorzetten. Je lichaam zegt: dit ritme past niet bij mij.
Ik weet waar ik het over heb. Ik ben zelf twee keer uitgevallen. En beide keren was het niet het werk alleen dat me opbrak. Het was het feit dat ik me steeds weer aanpaste aan wat anderen van me verwachtten, terwijl mijn hart en mijn gevoel me allang vertelden wat niet meer klopte en wat ik eigenlijk wilde. Ik hoorde het wel. Ik luisterde alleen niet.
Het is vooral het niet luisteren naar wat je intuïtie en je gevoel je ingeven, wat maakt dat je het voor jou verkeerde pad of de verkeerde manier voor dit pad blijft volgen. Pas als je deze signalen en jezelf en jouw behoeften en verlangens serieus gaat nemen, kun je ervoor gaan instaan en je ook duurzaam en op de lange termijn goed blijven voelen. Niet alleen door even niet of minder te gaan werken.
Je moeheid is geen zwakte. Het is een signaal dat je te lang bent weggelopen van jezelf.
De kracht zit in het verschil
Gelijkwaardig betekent niet dat we als mannen en vrouwen hetzelfde moeten zijn. En misschien is dat wel de volgende stap in onze emancipatie, van vrouwen én mannen: niet meer bewijzen dat je hetzelfde kunt, maar erkennen dat je anders bent, en dat juist dat anders-zijn ontzettend waardevol en volgens mij zelfs onmisbaar is.
Richting en verbinding. Focus en gevoel. Doorzetten en vertragen.
In een relatie, in een team, in een bedrijf en in een samenleving vullen deze energieën elkaar aan. Ze hebben elkaar nodig. En in jezelf ook. Er zit in ieder mens iets wat vooruit wil, en iets wat het nodig heeft om te blijven voelen of het nog klopt. Het gaat om deze balans.
Als je alleen vooruit wilt blijven gaan en vergeet in te checken bij jezelf of de tijd neemt om te voelen of het nog klopt, dan raak je uitgeput.
Als je deze twee dingen ruimte geeft in je leven, dan ontstaat er balans en een gevoel van thuiskomen in jezelf.
Hoe je merkt dat het aanpassen je uitput?
- Je speelt gesprekken na in je hoofd om te checken of je niets verkeerds zei.
- Rust nemen voelt pas oké als alles af is.
- Je weet sneller wat een ander nodig heeft dan wat jij nodig hebt.
- Je negeert signalen van je lichaam of je cyclus omdat ze niet uitkomen.
- Je merkt pas hoe gespannen je kaak, schouders of buik zijn als je eindelijk stilzit.
Kleine verschuivingen maken een groot verschil
Je hoeft je leven niet om te gooien. Begin bij het moment zelf. Merk op wanneer je jezelf aanpast. Dat korte schakelmoment vlak voordat je ja zegt, of je zin inslikt. Je hoeft er nog niets mee te doen. Je hoeft het alleen nog maar te zien.
Vraag jezelf aan het eind van de dag niet wat je allemaal hebt gedaan. Vraag waar je aan jezelf voorbij bent gegaan. En als je in een vrouwenlichaam leeft: neem je ritme serieus. Welke week vraagt om meer, welke om minder? In welke levensfase zit je nu, en wat vraagt die van je? Wat zou er veranderen als je daar een klein beetje rekening mee hield, in plaats van er elke maand, elk jaar, elke fase weer doorheen te duwen?
Misschien ben je helemaal niet te zwak voor je leven. Misschien leef je al heel lang in een ritme dat niet het jouwe is. Je hoeft niet harder. Je mag terug naar jezelf. Een beetje minder aanpassen. Een beetje meer voelen en jezelf zijn. Een beetje vaker kiezen voor wat klopt, ook als niemand anders het ziet.
Jij ziet het. En dat is genoeg om mee te beginnen.
En als je jezelf herkent in wat ik hier net heb gedeeld, dan wil ik je iets meegeven.
Want dit is precies waar ik mensen in begeleid met mijn 6-weken programma ‘Stevig op Jezelf Staan'. Niet door je te leren hoe ik het doe, want jouw weg is niet mijn weg. Maar door je de ruimte, de tijd en het houvast te geven om te leren voelen wat klopt voor jóu. Te leren luisteren naar wat jouw lichaam je al die tijd al probeert te vertellen. En om de moed te vinden om daar ook echt naar te gaan leven.
Ik weet hoe het voelt om meer dan eens uit te vallen. Om door te blijven gaan terwijl je hart je allang iets anders probeert te zeggen. En ik weet ook hoe het voelt als je daar eindelijk mee stopt en ontdekt wie je eigenlijk bent als je jezelf de ruimte geeft om echt jezelf te zijn.
Dat is wat ik wil voor jou. Bedankt voor het luisteren. En tot de volgende keer.
Liefs, Fanny
Bronnen
- ArboNed en HumanCapitalCare, verzuimcijfers 2026, via GGZ Nieuws en NOS
- HumanTotalCare en Amsterdam UMC (programma DESTRESS), via Risk & Business
- HR Morgen, Verzuim stijgt, vooral door stress (2026)
- Universiteit van Amsterdam, Global Gender Gap Index 2026
- EenVandaag, Nederland zakt weer op ranglijst gendergelijkheid (2026)
- Taylor e.a. (2000), Biobehavioral responses to stress in females: tend-and-befriend, not fight-or-flight, Psychological Review
- Daminger (2019), The Cognitive Dimension of Household Labor, American Sociological Review
- Evolutionary Psychological Science (2019), onderzoek naar sekse, hechting en tend-and-befriend
- Swiss Perimenopause Study (2021), Steroid Hormone Secretion Over the Course of the Perimenopause, Frontiers in Global Women's Health
- Menopausal stage transitions and associations with overall and domain-specific perceived stress in middle-aged Korean women, Maturitas (2025)
- Universiteit Zürich, Institute of Biomedical Ethics
- National Academy of Medicine, Science and Sex: A Bold Agenda for Women's Health
- NVOG, position paper Nationale Strategie Vrouwengezondheidszorg (Kamerstuk 2025)
- RIVM, Vrouwengezondheid en werk (2026) en Overgangsklachten belemmeren werk (2022)
- WOMEN Inc., Manifest Menstruatie en hormoongerelateerde klachten (2022)
- Tijdschrift voor Psychiatrie, Burn-out: ziekte, symptoom of maatschappelijk construct? (2025)