niet-kiezen
Kiezen voor jezelf
Fanny Willems
Kiezen voor jezelf
04/11/2026

Waarom je juist de mensen aantrekt die jou niet volledig kiezen

04/11/2026

Je geeft veel. Misschien wel meer dan de meeste mensen om je heen. Je bent er voor anderen, je denkt mee, je helpt en je stelt jezelf altijd beschikbaar. En ergens, heel diep, hoop je dat datzelfde ook naar je terugkomt. Dat iemand jou ook op die manier ziet. Zo kiest. Net zo diep liefde kan voelen en geven, zoals jij dat doet. Maar het komt maar niet. Of niet genoeg. Of niet van de mensen van wie jij het het meeste zou willen.

Luister het artikel hier op YouTube of als PodCast op Spotify of Apple Podcasts


In een vorige aflevering schreef ik over hoe je jezelf vermijdt en hoe een ander jou daardoor ook vermijdt. Waar we het nu over gaan hebben, gaat een laag dieper. Want als je eenmaal stopt met jezelf te vermijden, kom je een nieuwe vraag tegen: waarom trek ik tóch nog steeds de mensen aan die me niet volledig kiezen? Zelfs als ik er wel ben voor mezelf?

Dat is waar deze aflevering over gaat, dus luister nog even verder. 

De eenzaamheid die niemand ziet

Er is een soort eenzaamheid die je van buitenaf niet zo zou herkennen. Het gaat er niet om dat je helemaal alleen bent en geen mensen om zich heen hebt. Maar de eenzaamheid die je voelt wanneer je middenin een relatie zit, of date met iemand met wie je ècht verbinding voelt, en toch ergens diep van binnen voelt: ik word niet echt gezien.

Je bent aanwezig, je geeft en je voelt zelfs een bepaalde wederkerigheid en dat de ander ook voelt dat jullie verbinding waardevol is. Maar je wordt niet ontmoet. En dat is misschien wel de pijnlijkste variant. Want het is geen afwijzing. De ander voelt het ook, dat zie je in hoe hij of zij kijkt, reageert en soms ineens emotioneel heel dichtbij is. Er is iets. Jullie weten het allebei. Maar de ander doet er niets mee. Kan er niets mee. Of durft er niets mee.

En jij blijft achter met een verbinding die er wel is maar nergens naartoe gaat. Je wordt niet afgewezen. Maar ook niet gekozen. Je hangt ergens tussenin. En dat tussenin is heel moeilijk te definiëren en het geeft geen duidelijkheid en geen afsluiting. Het is het moeilijkst om iets los te laten wat er nooit echt was maar ook nooit echt voorbij is gegaan.

Deze eenzaamheid zit niet in het gebrek aan mensen om je heen. Het zit in het gebrek aan wederkerigheid. In het gevoel dat jij altijd meer geeft dan je terugkrijgt. Dat jij altijd meer voelt dan de ander toelaat en altijd meer beschikbaar bent dan degene tegenover je ooit zal zijn.

Eigenlijk herken je dit patroon al. Het is steeds hetzelfde type mensen. Mensen die heel warm zijn maar dan ineens afstand nemen. Die soms veel beloven maar vervolgens in werkelijkheid heel weinig geven. Die jou wel zien maar niet echt kiezen. 

Hoe komt het nou dat je steeds dit soort mensen aantrekt?

Geven om te krijgen

Het antwoord ligt niet bij die andere mensen. Het ligt bij jou. En niet omdat jij iets fout doet, maar omdat jij iets doet wat zo vanzelfsprekend voelt dat je het nauwelijks herkent als een strategie of patroon.

Je geeft om te krijgen.Want diep van binnen gelooft een deel van jou nog steeds dat als je genoeg geeft, genoeg bent, genoeg doet, genoeg begrijpt, genoeg lief bent, dat de ander dan vanzelf ook jou zal kiezen. Dat liefde iets is wat je verdient door wie je bent voor een ander. Niet iets wat je ontvangt puur vanuit jezelf en omdat jij bestaat.

En dus geef je. Veel. Mooi en ook oprecht, want je méént het echt. Maar eronder zit nog steeds een vraag die je nooit hardop stelt: zie je me nu? Kies je me nu? Ben ik nu wel genoeg?

Je herkent het zo moeilijk als patroon of strategie omdat je van nature iemand bent die geeft, die ziet, die voelt wat een ander nodig heeft. En dat is ook echt zo. Maar eronder, op een plek die je misschien zelf nauwelijks kent, zit nog steeds die oude overtuiging die zegt: ik moet dit verdienen. Ik mag er niet zomaar zijn. Ik moet iets bijdragen om gezien te worden.

Dit begon waarschijnlijk al vroeg. In een omgeving waar liefde niet vanzelfsprekend was maar iets wat je moest verdienen. En liefde ontvangen lukte het best als je je goed aanpaste, weinig ruimte innam en zorgvuldig de sfeer in de gaten hield. Jij was degene die aanvoelde wanneer het mis dreigde te gaan. Die de vrede bewaarde en zichzelf klein maakte zodat de ander groter kon zijn.

En het werkte. Die strategie bracht je verbinding, veiligheid, en iets wat op liefde leek.

Maar je zenuwstelsel leerde er iets van wat je tot op de dag van vandaag met je meedraagt: ik word gezien om wat ik geef. Niet om wie ik ben.

En dus zoek je, onbewust, steeds weer situaties op die dat bevestigen. De partner die iets nodig heeft wat jij kunt geven. De verbinding waarbij jouw diepte de ander net iets verder trekt dan hij of zij zelf zou komen. De relatie waarin jij de dragende bent. Niet omdat je dat wil. Maar omdat je zenuwstelsel dat kent als de manier waarop liefde werkt en dat zo aantrekkelijk voelt. En zo trek je precies de mensen aan die die vraag nooit volledig zullen beantwoorden. Niet omdat zij slecht zijn of het verkeerd bedoelen. Maar omdat iemand die zichzelf niet kan kiezen, jou ook niet kan kiezen. Hoe goed jij ook je best doet.

Waarom juist die mensen

Een emotioneel niet-beschikbare partner past perfect op dit patroon. Niet ondanks jouw diepte en jouw vermogen om te geven, maar dankzij. Want iemand die zichzelf vermijdt heeft iemand nodig die de aandacht op hem of haar richt. Die begrijpt. Die geduld heeft. Die blijft.

En jij bent die persoon. En voor jouw zenuwstelsel voelt dit vertrouwd. Het voelt niet prettig, maar wel vertrouwd en daardoor ook als ‘thuis’. Liefde die je moet verdienen. Verbinding die je moet onderhouden. Aanwezigheid die je moet afdwingen met je inzet. Dat ken je. Dat voelt als thuis.

En er is nog iets. Die emotionele onbereikbaarheid voelt ook intrigerend. Als een puzzel die je wilt oplossen. Iemand die je wilt bereiken, verzachten, openbreken. En jouw diepte maakt jou precies de persoon die denkt dat hij of zij degene is die het kan. Dat gevoel van 'ik zie wat er onder zit, ik kan hem of haar wel bereiken', dat voelt als liefde. Maar het is een project. En mensen zijn geen projecten.

Uiteindelijk voel je toch weer dat het pijn doet en weer in diezelfde stilte zit en denkt: ik doe alles goed. Waarom kiest hij of zij me dan niet? Of misschien moet ik hem of haar wat meer ruimte geven zodat zij zich comfortabeler voelen en we langzaam dichter tot elkaar kunnen groeien.

Kiezen is niet iets wat je bij een ander kunt afdwingen met geven. Het is iets wat iemand alleen maar kan doen vanuit zichzelf. En iemand die zichzelf niet kan kiezen, kan jou ook niet kiezen. Hoe goed en hard jij ook je best doet.

Het pijnlijke stuk

Ik schrijf hierover. Mijn werk gaat hierover. Ik help mensen stap voor stap terug naar zichzelf, naar zelfliefde, naar relaties die gelijkwaardig zijn en echt. En ik ben zelf diegene nog niet tegengekomen.

Ik heb een paar lange relaties gehad, ik heb dates gehad en ik heb echte, diepe verbinding gevoeld. Ik ken het gevoel van iemand ontmoeten en denken: hier zit echt iets in. En toch, merkte ik keer op keer dat de ander niet of niet volledig beschikbaar was voor wat ik wil. Niet voor de gelijkwaardigheid en voor de volledige keuze om er samen voor te gaan en samen te groeien.

Soms schaam ik me daar een beetje voor. Alsof het iets zegt over mij dat ik dit nog niet heb en alsof ik niet geloofwaardig ben als ik erover schrijf terwijl ik zelf nog onderweg ben.

En misschien is dit juist wel de eerlijkste plek om vanuit te schrijven. Niet als iemand die het al af heeft. Maar als iemand die het heeft doorleefd, het patroon heeft doorzien en nu de weg kent, ook als de bestemming nog even op zich laat wachten.

Ik settle niet meer voor minder. Dat is de verschuiving die ik inmiddels wel heb gemaakt. Ik wil geen relatie meer om een leegte in mij op te vullen. Ik wil geen partner omdat het zo hoort of omdat het fijner is dan alleen zijn. Ik wil iemand die volledig en echt zichzelf is. Die zichzelf accepteert en van daaruit mij accepteert. Die mij niet nodig heeft maar kiest. En ik hem. Dat is geen hoge lat. Dat is de enige lat die echt iets waard is.

Wat dit over jou zegt

Als jij dit patroon herkent, als jij ook steeds mensen aantrekt die je niet volledig kiezen, dan zegt dat niet dat je niet genoeg bent. Het zegt iets over waar jouw liefde vandaan komt.

Liefde die voortkomt uit angst om niet gezien te worden geeft anders dan liefde die voortkomt uit overvloed. Liefde vanuit angst geeft om te krijgen. Liefde vanuit overvloed geeft omdat het van nature stroomt, zonder bijbedoeling, en zonder rekening. En dat verschil voel je van binnenuit. Liefde vanuit angst geeft je een onrustig gevoel als je niet terugkrijgt wat je gaf. Een soort spanning, een wachten en scannen: hoe reageert hij? Hoe kijkt ze? Kiest hij me nu?

Liefde vanuit overvloed voelt rustig daarentegen. Je geeft en het is klaar, je laat het weer los. Niet omdat je niets wilt ontvangen, maar omdat je ontvangen niet afhankelijk maakt van wat je geeft. Het patroon doorbreken begint niet met andere mensen zoeken. Het begint met de vraag aan jezelf: geef ik nu vanuit angst of vanuit overvloed? Geef ik dit omdat het van nature stroomt, of omdat ik hoop dat de ander me er iets voor teruggeeft?

Wanneer sluit je de deur

Er is nog een laag die ik eerlijk wil benoemen. Want niet alles wat niet terugkomt is het gevolg van geven vanuit angst. Ik heb mannen ontmoet waarbij er echt iets was. Waarbij ik me bewust was van mezelf. Waarbij ik gaf vanuit overvloed, niet vanuit angst of hoop en waarbij ik aanwezig was zonder strategie. En toch kwam het niet terug. En dan begint er iets anders in je. Een stem die zegt: misschien moet je gewoon geduld hebben. Misschien heeft hij meer tijd nodig. Misschien is dit een test. Misschien moet je doorzetten.

Dat doorzettingsvermogen, zie ik ook overal terug in mijn community. Het is een van de mooiste kwaliteiten van mensen die diep voelen. Ze geven niet zomaar op. Ze geloven in potentie en ze houden vol. Maar er zit een haarfijn verschil tussen volhouden vanuit vertrouwen en volhouden vanuit hoop dat iemand alsnog verandert. En dat verschil voel je niet in je hoofd maar in je lijf.

Volhouden vanuit vertrouwen voelt rustig en open. Iets in je weet dat het goed zit, ook als het nog niet zichtbaar is. Volhouden vanuit hoop voelt gespannen en verkrampt. Je bent aan het wachten, aan het scannen en jezelf aan het overtuigen dat het wel goed komt.

De vraag is dus niet: heb ik al lang genoeg geprobeerd? De vraag is: wat doet dit met mij? Voel ik me steeds meer mezelf worden in deze dynamiek, of steeds kleiner en minder mezelf? Geef ik nog steeds vanuit overvloed, of ben ik ondertussen weer aan het compenseren?

De deur sluiten is niet opgeven want soms is de deur sluiten de meest liefdevolle keuze die je voor jezelf kunt maken. Niet omdat de ander slecht is maar omdat jouw waarde niet afhangt van of iemand anders die uiteindelijk ziet.

Er schoot me een liedje te binnen wat ik erg leuk vind, van Haley Reinhart, ‘Honey, There's The Door’. En het is heerlijk, die zelfverzekerdheid en helderheid. Maar als je goed luistert, gaat het eigenlijk over het eisen van bevestiging van de ander. "Treat me like the star of your show. If you don't, well, honey, there's the door." De deur gaat dicht als hij dat niet geeft.

En ik begrijp dat gevoel omdat ik het herken van jaren geleden. Maar het echte werk zit niet in wat de ander jou vertelt. Het zit in wat jij al weet over jezelf voordat hij of zij de kamer binnenloopt. Want als je dat weet, hoef je het niet meer te vragen. En voel je het ook veel eerder als iemand je dat niet kán of durft te geven.

Verbinding voelen is niet hetzelfde als compatibiliteit

Er is iets wat ik ook heb verteld over onderscheidingsvermogen en wat ik hier wil herhalen omdat het zo belangrijk is. Verbinding voelen met iemand is niet hetzelfde als compatibel zijn met diegene voor een relatie.

Veel mensen hebben een wensenlijstje. Hij of zij moet dit doen, er zo uitzien, zoveel verdienen, zo in het leven staan. En dat lijstje klopt niet. Niet omdat je geen wensen mag hebben, maar omdat een lijstje van eigenschappen je niets zegt over hoe jij jezelf voelt bij die persoon.

De echte vraag is niet: voldoet hij of zij aan mijn criteria? De echte vraag is: wie ben ik als ik bij hem of haar ben? Word ik groter of kleiner? Rustiger of onrustiger? Meer mezelf of een versie van mezelf die hem of haar probeert te pleasen en leuk gevonden wil worden?

Want je kunt echte verbinding voelen met iemand die toch niet de juiste persoon is voor jou. Je kunt uren praten en het gevoel hebben dat je elkaar al jaren kent. Je kunt iemands pijn zien en begrijpen op een manier die zeldzaam voelt. Je kunt een vonk voelen die je al tijden niet meer had gevoeld.

En toch kan diezelfde persoon iemand zijn die jou structureel niet kiest. Die warm is maar niet consistent. Die diepgang zoekt maar wegloopt als het echt wordt. Die van jouw aanwezigheid geniet maar er niets mee doet.

De verbinding was echt. De incompatibiliteit ook.

Dit onderscheid is zo belangrijk omdat veel mensen de verbinding gebruiken als bewijs dat het goed zit. Als rechtvaardiging om te blijven. Maar verbinding is geen garantie voor een toekomst samen. Het is een gevoel. Compatibiliteit is een patroon van gedrag over tijd.

Iemand kan je diep raken én tegelijkertijd niet de persoon zijn met wie je een gelijkwaardige, consistente en liefdevolle relatie kunt opbouwen. Dat is geen mislukking. Dat is onderscheidingsvermogen. En hoe eerder je dat onderscheid voelt, hoe minder tijd je verliest aan mensen die je wel raken maar je niet kiezen.

Ben ik dan te veeleisend

En dan is er nog een andere stem. Die zegt: doe je niet veel te moeilijk? Ben je niet te veeleisend? Misschien moet je gewoon meer je best doen. Meer geduld hebben. Meer begrip opbrengen. Meer jezelf aanpassen.

Ik herken die stem heel goed. Niet alleen van buitenaf maar ook van binnenuit. Ik heb relaties gehad waarin ik me structureel te veeleisend voelde. Waarin me ook letterlijk werd gezegd dat ik niet zo moeilijk moest doen. En een tijdje geloofde ik dat ook. Dat ik te veel was. Te intens. Te groot voor wat de ander kon dragen. Maar wat ik nu zie is dat ik helemaal niet te veel was. De ander had geen ruimte voor mij. En dat is een wezenlijk verschil.

Want als iemand geen ruimte heeft voor jouw gevoelens, jouw behoeften, jouw aanwezigheid, dan is de oplossing niet dat jij kleiner wordt maar dat je eerlijk bent over of deze relatie jou genoeg geeft om jezelf in te zijn.

Ik zie het ook terug in mijn community. Bij mensen die al jaren in een relatie zitten en zichzelf afvragen of ze te veel verwachten. Bij mensen die net iemand hebben ontmoet en zichzelf klein maken om de ander niet af te schrikken. Bij mensen die al zo lang geven dat ze zijn vergeten dat ze ook mogen ontvangen.

Maar wat ik heb geleerd is dat hoge eisen en weten wat goed voor jou is, niet betekent dat je te veeleisend bent. Je bent niet te veeleisend als je een gelijkwaardige partner wilt die volledig aanwezig is. Je bent niet te veeleisend als je wilt dat iemand consistent voor je kiest. Je bent niet te veeleisend omdat je weet hoe het voelt als het goed zit en je daar niet meer van af wilt wijken.

Te veeleisend is een term die we gebruiken voor mensen die precies weten wat ze waard zijn en die ook vaak wordt gebruikt door anderen die zichzelf oncomfortabel voelen bij het feit dat jij nog geen genoegen neemt met minder.

Weten wat je waard bent is niet het probleem. Het is het antwoord.

De lijn

Ik ben met de jaren een open boek geworden. Ik ga een gesprek in zonder oordeel en zonder lijstje. Ik stel me kwetsbaar op en ik ben echt aanwezig. Volledig bij de ander. En dat voelt goed, want dat is wie ik ben.

Maar er zit ook een valkuil in die openheid. Want omdat ik zo snel verbinding voel, heb ik ook de neiging om snel te gaan romantiseren. Ik zie snel meer dan er feitelijk is en ga dan invullen. Voordat ik het weet hoop ik dan op dezelfde openheid terug terwijl de ander misschien gewoon een leuk gesprek had.

Wat ik heb geleerd is dat er een lijn is. Mijn kant, die van de ander en de ruimte er tussenin. Het is aan mij om een stap in het midden te zetten en vervolgens weer terug aan mijn kant te gaan staan totdat de ander ook een stap naar het midden zet. Als je iemand bent die zichzelf snel verliest in een ander, helpt het om je dit te visualiseren, totdat het automatisch gaat en je er niet meer over na hoeft te denken. 

Dat betekent niet dat je je afsluit. Je mag je teen in het water steken. Je mag even over die lijn gaan, iets meer geven, iets meer laten zien, om te voelen of het wordt ontvangen. Maar als het niet wordt ontvangen, als de ander niet naar het midden beweegt, mag je ook weer een stapje terug doen. Zonder drama. Zonder teleurstelling in jezelf. Gewoon: ik stap terug. Niet omdat je jezelf wegcijfert. Maar omdat je jezelf respecteert.

Het is geen test die de ander moet doorstaan. Het is een dans. En een dans werkt alleen als jullie allebei bewegen.

Jouw openheid als spiegel

Er is nog iets wat ik heb ontdekt en wat alles op zijn plek laat vallen. Die kwetsbaarheid van mij, die openheid en dat echte aanwezig zijn, dat trekt juist mensen aan die dat zelf nog niet kunnen. Mijn openheid raakt iets in hen wat ze zelf nog niet durven voelen. Ik ben een spiegel voor wat zij in zichzelf vermijden.

En een spiegel is fascinerend maar ook beangstigend. Dus ze komen dichterbij. Ze voelen de aantrekkingskracht. Ze willen wat ik heb, die rust, die aanwezigheid, die echtheid. Maar op het moment dat het echt wordt, op het moment dat ik iets terug vraag, niet met woorden maar gewoon door aanwezig te zijn, dan is dat te veel. Dan trekken ze zich terug.

Niet omdat ik te veel ben. Maar omdat zij nog niet genoeg zichzelf zijn. En dat onderscheid heeft me veel gebracht. Want het betekent dat mijn openheid niet het probleem is. Het is een gave. Alleen nog niet voor iedereen die erop afkomt. De juiste persoon trekt zich niet terug als ik mezelf laat zien. Die komt juist dichterbij.

Je lichaam volgt je geest

Er zit een verschil tussen verstandelijk weten en lichamelijk voelen. Je geest kan al verder zijn dan je lichaam laat merken.

Ik merk dat zelf ook. De keuzes gaan steeds gemakkelijker. Ik voel sneller wanneer iets niet wederkerig is en ik stap terug zonder dat het me weken kost. Maar daarna, in de stilte, maal ik soms nog even door. Ik ga gesprekken na. Vraag me af of ik te snel was. Terwijl ik weet dat ik de goede keuze maakte.

Dat is niet twijfel aan de keuze. Dat is je zenuwstelsel dat nog aan het verwerken is. Je lichaam heeft jarenlang op een ander patroon gedraaid en herijkt zich nu stap voor stap op iets nieuws. Dat gaat niet in één keer. En dat hoeft ook niet.

De twijfel die dan opkomt zoals ‘doe ik het goed?’ of ‘ben ik echt aan het groeien?’ is geen bewijs dat je faalt. Het is bewijs dat je beweegt. Iemand die niet groeit ziet het patroon niet eens. Jij ziet het. Jij voelt het. Jij stelt de vraag.

Je lichaam volgt je geest. Altijd. Geef het de tijd.

Waarom heb ik het dan nog niet

En dan is er nog die ene vraag. Die je jezelf stelt als je dit leest. Als je al die patronen herkent, als je ze hebt doorleefd, als je ze steeds meer belichaamt — waarom heb je dan nog steeds niet wat je wil?

Ik denk dat er een paar dingen tegelijk waar kunnen zijn. Soms lag je prioriteit ergens anders. Soms herken je ze nog niet direct omdat beschikbaarheid minder intens voelt dan de spanning van het onbereikbare. En soms is het gewoon timing.

Maar misschien is de belangrijkste verschuiving wel deze: stoppen met wachten op de ander om je compleet te laten voelen, en beginnen met onderzoeken wat je in die ander zoekt.

Want wat je zoekt in een ander zegt altijd iets over wat je zelf nog niet volledig hebt omarmd in jezelf. Zoek je iemand die je ziet? Oefen dan met jezelf echt zien. Zoek je iemand die voor je kiest? Oefen dan met elke dag voor jezelf kiezen. Zoek je iemand die ruimte maakt voor jouw gevoelens? Begin dan met die ruimte voor jezelf te maken.

Dat is geen theorie. Dat is het echte werk.

En het mooie is: je hoeft daar niemand voor te wachten. Je kunt nu beginnen. In het leven dat je al hebt. Met de mensen die er al zijn. In de momenten die er al zijn. Omarmen wat er nu is, is niet opgeven wat je wil. Het is de kortste weg erheen.

Terug naar jou

Je bent veel verder dan je denkt. Het feit dat je dit herkent, dat je jezelf deze vragen durft te stellen, dat je bereid bent om eerlijk te kijken naar je eigen patronen, dat is niet vanzelfsprekend. Dat is moed. En dat is al een keuze voor jezelf.

Jay Shetty zei: "You don't attract the relationship you want, you attract the relationship you're ready to participate in." Je trekt niet de relatie aan die je zo graag wil omdat je die zo graag wil. Je trekt de relatie aan waar jij en je zenuwstelsel klaar voor zijn om aan deel te nemen.

En deelnemen betekent meer dan geven. Het betekent ook ontvangen. Gezien worden. Ruimte innemen. Kwetsbaar zijn voor iemand die dat aankan en dat ook kan ontvangen. Dat is voor veel mensen die diep voelen en veel geven juist het moeilijkste stuk. Want geven voelt vertrouwd maar ontvangen voelt eng. Geven heb je altijd gedaan maar ontvangen vraagt van je dat je gelooft dat je het waard bent zonder het eerst te moeten verdienen.

Klaar zijn betekent dus niet perfect zijn maar aanwezig zijn. Bij jezelf. In het leven dat je nu al hebt. En steeds een beetje meer durven ontvangen. En dan, als je zo leeft, als je zo aanwezig bent, herken je het ook eerder als iemand jou dat niet kan bieden. Niet als een afwijzing. Maar als informatie en als innerlijk kompas.

Jij bent degene die altijd aanwezig is en blijft in jouw verhaal. Niet de ander. Jij. En dat is geen last. Dat is jouw kracht.

Liefs, Fanny

Categorieën