te-veel-delen
Kiezen voor jezelf
Fanny Willems
Kiezen voor jezelf
11/04/2026

Te veel delen of echt kwetsbaar zijn: wat is het verschil?

11/04/2026

Je zit naast iemand die je pas net kent. Een nieuwe collega bij de koffieautomaat, iemand op een verjaardag, of tijdens een workshop. Het gesprek gaat makkelijk. Er is een klik, een soort herkenning die je niet vaak voelt. En voor je het doorhebt, vertel je over je jeugd. Over die relatie die je bijna kapotmaakte. Over de periode waarin je niet meer wist hoe je de dag door moest komen.

Op dat moment voelt het goed. Licht zelfs. Eindelijk iemand bij wie je helemaal jezelf kunt zijn.

En dan, op weg naar huis of de ochtend erna, voel je ineens een schok. Onrust in je buik, een naar gevoel. Je voelt ineens dat je te veel van jezelf hebt weggegeven en jezelf emotioneel hebt blootgesteld, terwijl je die ander nog niet eens echt kent. Je hebt een stukje van jezelf weggegeven wat je niet zomaar terugkrijgt.

Of je herkent juist de andere kant. Je deelt bijna niets van jezelf en houdt je kaarten tegen de borst. Je hebt ooit de ervaring opgedaan wat er gebeurt als je jezelf wél openstelt en je hele verhaal vertelt, en sindsdien houd je het bij jezelf.

Dit zijn twee kanten van dezelfde vraag. Wie heeft de credits opgebouwd voor jou om jouw hele verhaal te horen? Of anders nog: hoe maak je onderscheid tussen wat je wel of niet deelt van jezelf, met wie en op welk moment?

Luister het artikel hier op YouTube of als PodCast op Spotify of Apple Podcasts. 


Delen om te ontladen

Wat nog niet verwerkt is, zit niet alleen in je hoofd. Het zit in je lijf. In je borst, je keel, je maag. Je zenuwstelsel draagt het mee als spanning die ergens heen wil.

Delen voelt dan als een ventiel. Het geeft je even ademruimte.

Wat je op zo'n moment zoekt, is eigenlijk ontlading. En voor ontlading maakt het weinig uit wie er tegenover je zit. Degene die er toevallig is, wordt de ontvanger. Of die persoon dat nu wil of niet.

Neem je weinig ruimte om zelf te ontladen, of om dat met een vriend of vriendin op een gelijkwaardige manier te doen? Dan kan het luchten van je hart, onbewust, de ander veel te veel energie kosten.

Voor de ander voelt dit overweldigend en grensoverschrijdend wanneer je als een spraakwaterval over jezelf blijft praten, zonder enige afstemming of de ander hier op dit moment wel behoefte aan heeft.

Daar zit voor mij het verschil. Te veel delen is je ervaring delen, terwijl die nog niet in je geland is. Kwetsbaarheid is delen wat je ervan hebt geleerd. Wat het met je heeft gedaan. Wat je erin hebt gevonden en wie je erdoor bent geworden.

Het eerste vraagt energie van de ander. Het tweede geeft iets aan de ander.

Waar het begint

Om te begrijpen waarom je soms de neiging hebt alles in één keer op tafel te leggen, mag je even terugkijken.

Misschien was er vroeger niemand die jouw verhaal echt kon dragen. Je ouders hadden het misschien druk met overleven, met hun eigen pijn of met elkaar. Er was misschien geen ruimte voor wat jij voelde. Of het kreeg wel een plek, maar dan werd het groter gemaakt, weggewuifd, of ging het al snel weer over hen.

Als je als kind geen bedding vindt voor wat je voelt, ga je op zoek. Je leert dat gevoelens die je niet kunt delen, blijven sluimeren. Ze blijven zich ophopen in je buik, je kaken, je schouders of je hoofd. En dat terwijl er soms maar één iemand nodig is die even bij je is en naar je luistert, om alles eruit te laten stromen.

Als volwassene herken je dat terug. Iemand kijkt je aan met oprechte aandacht voor jou en er gaat een sluis open. Jaren aan onverteld verhaal komen in één keer naar buiten. Een deel van jou wacht nog steeds op die ene persoon die het eindelijk even voor je vasthoudt.

Er is nog een andere reden. Soms vertel je je pijn heel snel, juist omdat je bang bent dat die later ontdekt wordt. Als jij het zelf direct op tafel legt, dan weet je meteen hoe de ander erop reageert en kan het je later niet meer overvallen. Dan weet je ook meteen of de ander blijft of weggaat.

Het is een test. Een vorm van zelfbescherming die zich voordoet als openheid.

Ik vertel je maar meteen alles wat er mis is met mij. Blijf je of niet?

Dat is begrijpelijk. En het geeft de ander weinig kans om je echt te leren kennen. Want wie meteen de zwaarste hoofdstukken krijgt, mist alles daartussen. Je humor. Je zachtheid. De manier waarop jij naar de wereld kijkt.

Diepte is nog geen garantie voor vertrouwen

Er is daarnaast nog iets aan de hand. Diepte voelt voor jou waarschijnlijk als vertrouwen. Als je iemand meteen je pijn laat zien en die persoon luistert, lijkt het alsof er in één avond een emotionele verbinding is ontstaan waar je normaal gesproken maanden over doet.

Dat is ook niet zo vreemd. Als je vroeger hebt geleerd dat verbinding intens moest zijn, dat je pas echt gezien werd als het ergens over ging, dan voelt intensiteit vertrouwd. Je zenuwstelsel herkent het. En wat vertrouwd voelt, verwarren we al snel met vertrouwen.

Soms deelt de ander ook meteen iets heel persoonlijks terug. Dan voelt het alsof jullie elkaar al jaren kennen. Maar wat jullie op dat moment verbindt, is vooral de pijn die jullie delen. Hoe jullie met elkaar omgaan als het spannend wordt, als er wrijving is of als de een iets nodig heeft van de ander, moet allemaal nog blijken.

Vertrouwen werkt alleen anders. Het groeit met tijd en met ervaring. Niet met woorden, maar door te merken hoe iemand zich gedraagt als het erop aankomt.

Bij iemand die je net leert kennen, weet je dat simpelweg nog niet. Je weet niet of die persoon jouw verhaal veilig houdt of doorvertelt. Of hij erbij blijft of schrikt en afstand neemt. Of zij zelf genoeg stevigheid heeft om te dragen wat je vertelt.

Je geeft iemand iets kostbaars in handen, zonder te weten of die handen het kunnen vasthouden.

En als het dan misgaat, komt het dubbel binnen. Het voelt dan niet als een ongelukkig moment met iemand die het niet aankon. Het voelt als bevestiging.

Zie je wel. Het is niet veilig om mezelf te laten zien.

Misschien zit hier de diepste laag. Er bestaat geen garantie voor vertrouwen. Ook niet na maanden of jaren. Mensen kunnen je teleurstellen, ook als ze de credits al hebben opgebouwd.

Daarom begint vertrouwen uiteindelijk bij jezelf. Vertrouwen dat je zorgvuldig kunt kiezen wat je deelt en met wie. En vertrouwen dat je overeind blijft als iemand anders reageert dan je hoopte. Dan is een tegenvallende reactie geen bewijs meer dat het niet veilig is om jezelf te laten zien. Dan zegt het iets over deze persoon, op dit moment. Niet over jou.

Wat je hebt doorstaan, maakt je rijker

Je kent vast de verhalen van de oude wijzen of stamhoofden. Zij vertelden over wat ze hadden meegemaakt en hoe ze erdoorheen waren gekomen. Die verhalen werden gedeeld rond het vuur, om anderen iets mee te geven. Wat zij vertelden had gewicht, omdat ze het zelf al hadden gedragen en doorleefd. Daardoor kon het anderen echt verder helpen.

Daar zat een vanzelfsprekende volgorde in. Je ging eerst zelf door het dal. Je gaf het de tijd, alleen of met een paar mensen dichtbij. En pas daarna deelde je het met de groep.

Die volgorde is er niet voor niets. Wat je hebt meegemaakt en doorstaan, maakt je rijker als mens. Het heeft je gevormd en het heeft je iets gegeven wat je alleen kon leren door het zelf te doorleven. Maar dat kan pas als je het de tijd geeft om in je te landen. Dan wordt iets wat je is overkomen, langzaam iets wat van jou is.

In de huidige tijd, waarin mensen te pas en te onpas alles delen via social media, is die volgorde vaak helemaal omgedraaid. We delen al terwijl het nog gebeurt, voordat de lessen uit het verhaal duidelijk zijn geworden. Een post midden in de nacht na een breuk. Een lang bericht in de appgroep. Een gesprek met iemand die je nauwelijks kent, dat binnen een uur over je diepste angsten gaat. Kwetsbaarheid is een woord geworden dat overal opduikt. En ergens onderweg is het verward geraakt met alles laten zien.

Daar is op zich niets mis mee. Maar als iets nog niet in je geland is, kost het de ander vaak energie om het te dragen. En als het wel geland is, kan het de ander juist iets geven. Het verschil zit dus niet zozeer in wát je vertelt, maar in de plek van waaruit je het vertelt.

Credits bouw je op in kleine momenten

Ik gebruik graag het woord credits. Omdat het iets is wat je opbouwt, stukje voor stukje.

Bijvoorbeeld wanneer iemand luistert zonder meteen met advies te komen. Wanneer iemand iets wat je in vertrouwen vertelt, ook echt voor zich houdt. Of wanneer iemand blijft, ook als je even niet leuk of makkelijk bent.

Elke keer dat dat gebeurt, ontstaat er weer wat meer ruimte voor puurheid en openheid. In die ruimte kan steeds meer van jouw verhaal landen. En kan jullie verbinding groeien.

Bij een nieuw contact zijn er nog geen credits. Dat is niets persoonlijks, het is gewoon nog niet gebeurd. Je mag de ander eerst aan jou laten zien wie hij of zij is.

Dat betekent overigens niet dat liefde iets is wat verdiend moet worden. Maar het bepaalt wel hoe diep je kunt verbinden, en hoe ver je jezelf kunt openstellen.

Bij iemand die je langer kent, zijn er al credits opgebouwd. Daar is ook ruimte voor het rauwe verhaal. Het verhaal dat nog niet af is, waar je nog middenin zit en wat je op dit moment bezighoudt.

En dan is er een laag die we vaak vergeten. Heeft deze persoon nu ruimte?

Ook iemand die normaal altijd ruimte heeft en maakt voor jou, kan even vol zitten en die ruimte nodig hebben voor zichzelf. Moe zijn. Zelf middenin iets zitten. Credits bouw je op over tijd. Ruimte hangt af van hoe de ander op dit moment in zijn of haar vel zit.

Wie te veel deelt, kijkt vaak niet naar de ander. Je zenuwstelsel staat dan zo op scherp dat het een uitweg of uitlaatklep zoekt, en even niet ziet wie er tegenover je zit. Deel je vanuit kwetsbaarheid, dan voel je eerst aan: is hier op dit moment ruimte voor, en is dit de juiste plek?

Daar gaat het uiteindelijk om: afstemming op de ander. Delen doe je samen. Het betekent niet dat alles om jou draait, en dat de ander zichzelf moet wegcijferen om er voor jou te zijn.

Een contact waarin de een steeds geeft en de ander steeds ontvangt, voelt misschien even als steun. Maar het put de ander uit, en het bouwt geen credits op. Echte verbinding groeit daar waar er ruimte is voor jullie allebei.

Delen in lagen

Vaak voelt het delen van wie je bent en van jouw verhaal als alles of niets. Of je vertelt het hele verhaal, of je zegt niets. Maar je verhaal en jij hebt verschillende lagen. En jij mag bepalen welke laag je met wie deelt.

Je kunt zeggen dát er iets is gebeurd, zonder te vertellen hoe. "Ik heb een pittige jeugd gehad. Daar heb ik veel van geleerd." Daarmee laat je iets echts van jezelf zien. De ander weet dat er diepte is. En jij houdt de details bij je, tot er een moment komt dat ze ergens kunnen landen.

Dat is geen verstoppen. Dat is doseren.

Doseren werkt ook als een manier om credits te laten ontstaan. Je geeft een klein stukje en je kijkt wat de ander ermee doet. Luistert hij? Vraagt ze door met zorg, of vanuit nieuwsgierigheid naar sensatie? Komt het later terug op een manier die klopt? Of hoor je het ineens via iemand anders?

Zo leer je iemand kennen zonder jezelf in één keer weg te geven. En de ander krijgt de kans om te laten zien wie hij of zij is.

Niet iedereen in je leven hoeft dezelfde laag te krijgen. Een collega mag weten dat je een zware periode achter de rug hebt. Een nieuwe date mag weten dat je bewust kiest hoe je relaties aangaat, en waarom. Een vriendin van twintig jaar weet hoe het echt was en hoe je het hebt beleefd. En je partner mag er even middenin staan, op de dagen dat het weer even opspeelt.

Dat maakt je niet onecht of berekenend. Het sluit aan op het soort relatie dat je hebt. Echtheid zit niet in hoeveel je vertelt, maar in of wat je vertelt klopt.

En dan is er nog de kern. Het stuk dat nog pijn doet. Waar je misschien nog geen woorden voor hebt, of waar je nog middenin zit. Die laag is alleen voor de weinigen die zowel de credits als de ruimte hebben. Of, en dat is soms het meest liefdevolle wat je kunt doen, eerst alleen voor jezelf.

Is het erg om helemaal open te zijn?

Misschien denk je nu: ik schaam me nergens voor. Ik ben gewoon een open boek. Mijn verhaal is mijn verhaal, en ik vertel het makkelijk. Dat kan een kracht zijn. Je hebt geen geheimen nodig om je veilig te voelen. Dat is iets wat veel mensen nog moeten leren. Alleen gebeurt delen altijd tussen twee mensen. En er zijn twee heel verschillende manieren om open te zijn.

Open delen zonder verwachting

Je vertelt wat waar is voor jou, en de ander mag reageren zoals hij of zij reageert. Wordt de ander stil, of stuurt hij het gesprek een andere kant op, dan merk je dat op. Maar het brengt je niet uit balans. Het verhaal is van jou, en het blijft van jou, wat de ander er ook mee doet.

Dat is delen vanuit authenticiteit.

Delen met verwachting

Je deelt met de stille hoop dat de ander daarna een bepaalde rol gaat vervullen. Getuige. Trooster. Opvang. Dat hij je gaat beschermen, of dat zij extra voorzichtig met je zal zijn. Dat jullie door dit verhaal ineens dichter bij elkaar staan. Of je hoopt op herkenning, op nabijheid, misschien op bewondering voor hoe open je bent.

Maar wat voor jou licht voelt, omdat je het al tien keer hebt verteld, kan bij de ander binnenkomen als een golf. Iemand die net naast je zit, krijgt ineens een rol die hij of zij nooit heeft gekozen. En als de ander dan stil wordt, het gesprek een andere kant op stuurt of net iets meer afstand neemt, vind je dat niet fijn.

Dat is niet erg. Het is menselijk. Maar het laat zien dat je niet alleen je verhaal deelde. Je gaf de ander ook een opdracht, zonder dat die dat wist. En een verwachting die je niet uitspreekt, is een claim die de ander niet kan zien.

Welke van de twee is het?

Kijk naar wat er in je gebeurt als de reactie anders is dan je hoopte. Voel je rust, dan deelde je vanuit jezelf. Voel je teleurstelling of een steek van afwijzing, dan zat er een verwachting onder.

De reactie van de ander is ook geen afwijzing van jou. Het is informatie. Over wat die persoon op dit moment kan dragen. Over het tempo dat jullie contact nodig heeft.

Wat als je juist alles binnenhoudt?

Misschien herken je jezelf hier helemaal niet in. Jij deelt juist bijna niets. Mensen kennen je als sterk en onafhankelijk, als iemand die het zelf wel regelt. Als iemand vraagt hoe het gaat, zeg je "goed" en stel je snel een wedervraag.

Dat ziet er heel anders uit, maar het komt vaak uit dezelfde bron. Ook jij hebt ooit gemerkt dat je verhaal geen veilige plek vond. Alleen trok jij er een andere conclusie uit. Waar de een blijft zoeken naar iemand die het eindelijk draagt, voelt het voor de ander veiliger als niemand het weet wat jij werkelijk voelt.

Dat binnenhouden kan voelen als grip en controle. Als stevigheid zelfs. Toch is er een verschil tussen iets bij jezelf houden omdat je daar bewust voor kiest, en iets wegstoppen omdat je bang bent voor de reacties van anderen of vanuit het gevoel dat jij er niet helemaal mag zijn..

Het eerste voelt rustig. Het tweede voelt als een bal die je voortdurend met kracht onder water moet houden om te voorkomen dat hij naar boven schiet en gezien wordt. Je klemt je kaken op elkaar, je schouders en nek zijn gespannen. En je hebt een vermoeidheid die je niet goed kunt verklaren.

Als je alles binnenhoudt, mis je iets wat elk mens nodig heeft: gezien worden door iemand die betekenisvol is voor jou. Credits werken dus ook andersom. Er zijn misschien mensen in je leven die allang de credits verdiend hebben, en die nog steeds wachten tot jij ze eindelijk eens binnenlaat.

Je lichaam weet het verschil

Hoe weet je of je deelt vanuit een open wond of vanuit iets wat je al geheeld en geïntegreerd hebt? Je hoofd kan daar eindeloos over twijfelen, terwijl je lichaam het meestal veel sneller weet.

Als je deelt om te ontladen, gaat alles heel snel. Je praat door en gaat een beetje ratelen, zonder pauze te nemen en even af te stemmen op de ander. Je adem zit hoog in je borst, of je houdt je adem een beetje in. Er is spanning en onrust in je buik. Je merkt dat je steeds bevestiging en erkenning zoekt bij de ander. Zolang de ander met je mee praat, is het goed.

Als je deelt vanuit iets wat je geheeld en geïntegreerd hebt, voelt het heel anders. Je spreekt langzamer. Er is ruimte tussen je zinnen. Je voeten staan op de grond of je voelt je geaard. De reactie van de ander is welkom, maar je hangt er niet aan.

Een eenvoudige check: kun je halverwege je verhaal stoppen, zonder dat het voelt alsof je iets moet afbreken? Dan deel je waarschijnlijk vanuit keuze. Voelt stoppen onmogelijk, alsof het eruit moet? Dan is het je zenuwstelsel dat aan het woord is.

Dat is niet erg. Het is waardevolle informatie. Het vertelt je dat dit verhaal eerst nog iets van jou nodig heeft.

De eerste die jouw verhaal mag horen, ben jij

En hier komen we volgens mij bij de kern. Want zoveel van dat te snel delen, en ook van dat angstig binnenhouden, gaat over één ding. Er is nog niemand die echt ruimte heeft gehad om jouw verhaal echt te horen. Ook jij zelf niet.

Het is altijd verleidelijk om te zoeken iemand ander die naar je luistert, die je serieus neemt, die even oprechte ruimte heeft voor wat je te vertellen hebt en je zegt dat het oké is. Maar hoe vaak heb jij er zelf echt stilgestaan en ruimte gemaakt voor wat er met je is gebeurd? Zonder het te willen analyseren, op te lossen of plat te slaan. Maar gewoon om erbij te zijn. Om te voelen wat het met je heeft gedaan?

Als jij de eerste bent die jouw verhaal hoort en er ruimte voor maakt, dan verandert er iets. Dan hoeft niemand anders het meer voor je te dragen. Je kunt het opschrijven. Hardop vertellen tegen jezelf. Je hand op je borst leggen en voelen waar het zit. Of het delen met iemand die daarvoor de ruimte en de kennis heeft, zoals een coach of therapeut.

Dan verschuift ook de vraag wie de credits heeft. De belangrijkste credits zijn de credits die jij aan jezelf geeft. De relatie met jezelf is de eerste plek waar jouw verhaal kan landen en waar je ruimte voor mag maken. Pas als het daar geland is, kun je het met anderen delen zonder jezelf weg te geven.

Wachten is ook stevigheid

Het lijkt vaak alsof je moet kiezen. Alles delen of alles binnenhouden. Open zijn of jezelf verstoppen. Kwetsbaarheid gaat over iets anders. Over de plek van waaruit je deelt.

Als iets in jou geland is, heb je de reactie van de ander niet meer nodig om je heel te voelen. Dan kun je vertellen wat er gebeurd is en wat het je heeft gebracht. En de ander mag daarmee doen wat hij of zij kan. Dat geeft vrijheid. Aan jou, en aan de ander.

En als iets nog niet geland is?

Dan mag je het nog even bij je dragen. Nog even bij jezelf houden. Omdat je jezelf serieus neemt. Omdat je weet dat dit verhaal een bedding verdient, en dat zo'n bedding tijd nodig heeft om te ontstaan.

Dat is geen inhouden uit angst. Dat is kiezen vanuit zelfrespect. En vanuit respect voor de ander.

Wachten is dan geen verstoppen. Wachten is stevigheid.

Als je toch te veel hebt gedeeld

En soms gebeurt het toch. Er is even opening en verbinding, het gesprek loopt, en je voelt achteraf dat je meer hebt verteld dan je van plan was. Of meer dan, achteraf gezien, veilig voelde. En dan komt die kater, dat zeurende gevoel van: waarom heb ik dat nou verteld?

Bijvoorbeeld:

  • met een leidinggevende, terwijl je bang bent voor je positie;
  • met een mogelijke nieuwe vriendschap of relatie, waarin je elkaar nog moet leren kennen;
  • met een vriend of vriendin die misschien net geen ruimte had voor wat jij deelde.

Wees daar mild in voor jezelf. Die kater betekent niet altijd dat je echt te veel hebt gedeeld. Soms is het de angst om je kwetsbaar op te stellen, de angst voor hoe de ander zal reageren, die zich achteraf meldt. En dan voelt elk stukje openheid al snel als te veel.

Kijk dus eerst naar die angst, in plaats van naar alle redenen waarom je het niet had moeten vertellen. Die angst is ooit ontstaan om je te beschermen. Hij verdwijnt niet in één keer omdat je nu begrijpt hoe het werkt. Maar alleen al merken dat hij er is, maakt verschil. Van begrijpen naar belichamen gaat in kleine stappen, en dit is er een van.

Haal het moment terug naar jezelf. Adem rustig uit, langer dan je inademt. Voel je voeten. Zeg tegen jezelf: ik heb iets kwetsbaars gedeeld, en dat mag. Ik ben nog steeds hier.

En als het klopt, kun je het ook benoemen bij de ander. "Ik merk dat ik je laatst best veel heb verteld, terwijl we elkaar nog maar net kennen. Ik ben benieuwd hoe dat voor jou was."

Daarmee trek je je niet terug. Je neemt verantwoordelijkheid voor wat je bij de ander hebt neergelegd. En je geeft de ander de ruimte om eerlijk te zijn.

Vaak is juist dat gesprek het begin van echte credits.

Voordat je deelt

De volgende keer dat je voelt dat je iets wilt vertellen, kun je even stilstaan bij een paar vragen. Niet als regels, maar als manier om bij jezelf te checken.

  • Wil ik iets kwijt, of zoek ik verbinding?
  • Wat voel ik in mijn lijf? Een druk die eruit moet, of rust?
  • Weet ik al hoe deze persoon omgaat met iets kwetsbaars?
  • Heeft deze persoon op dit moment ruimte voor mij?
  • Kan ik dit vertellen zonder een bepaalde reactie nodig te hebben?
  • Kan ik het nog even bij mezelf houden, tot het moment er wél is?
  • En als ik het voor me houd: doe ik dat uit keuze, of uit angst?

Vroeger vertelde je misschien je verhaal aan wie er maar luisterde, in de hoop dat iemand het zou dragen. Of je vertelde juist bijna niets, uit angst dat niemand het zou kunnen dragen. Nu draag je het eerst zelf. En juist daardoor kun je kiezen wie het mag horen.

Jouw verhaal is waardevol, jíj bent waardevol

Juist daarom hoeft je verhaal niet aan iedereen gegeven te worden.

Je mag kiezen. Je mag wachten. Je mag mensen de tijd geven om te laten zien wie ze zijn. En jezelf de tijd geven om te voelen wat er in jou al geland is, en wat nog niet.

Misschien zit je straks weer in een gesprek waarin het makkelijk gaat. Met een collega, een nieuwe kennis, een vriend of vriendin. En je voelt de neiging om alles te vertellen. Dan hoef je niets te forceren. Je kunt het opmerken. Even ademen. En jezelf afvragen wat er nu echt gedeeld wil worden.

Misschien is dat een klein stukje. Misschien nog niets. En misschien merk je dat deze persoon het vertrouwen en de ruimte al heeft, en mag er meer zijn.

Hoe het ook is: als het moment er is, voel je dat. In je lijf. In de rust waarmee de woorden komen.

Dan deel je niet meer om gezien te worden. Dan deel je omdat je jezelf al ziet.

Wil je hier zelf verder mee aan de slag? Voor OntpopCast+ maakte ik een les en een journalblad bij dit thema, met vragen die je helpen voelen wat jij deelt, met wie en op welk moment. Bekijk OntpopCast+

En merk je dat je jezelf toch steeds te snel weggeeft, of juist alles binnenhoudt uit angst, en dat je daar niet alleen mee verder wilt? In mijn programma Stevig op Jezelf Staan begeleid ik je persoonlijk bij precies dit proces. Lees meer op ontpop.nl/stap-voor-stap.

Jij en jouw verhaal verdienen een plek waar het kan landen. Te beginnen bij jezelf.

Liefs, Fanny

Categorieën