
Wat als hoop houden jouw overlevingsstrategie is?
Je wilt niet meer aan de ander denken en op jezelf focussen. Echt! Je bent er helemaal klaar mee. Je hebt jezelf voorgenomen dat je verder gaat, dat je nu echt voor jezelf kiest en het loslaat, en je voelt ook ècht dat je dat wilt. En dan, midden in een gesprek, onder de douche, als eerste gedachte wanneer je wakker wordt en vlak voor je in slaap valt, zit hij of zij weer in je hoofd. Gewoon, totaal automatisch en zonder dat je daar bewust op aanstuurt.
Het zijn niet jouw gedachten die de ander vasthouden, het ligt niet aan jou. Het voelt andersom: de ander woont in jouw hoofd, het voelt alsof hij of zij voortdurend met jou bezig is en jij weet niet hoe je hem of haar uit je systeem krijgt.
Luister het artikel hier op YouTube of als PodCast op Spotify of Apple Podcasts.
Dit betekent niet dat je zwak bent, dat je teveel voelt of niet sterk genoeg bent. Dit is wat er gebeurt als je aan iemand gehecht bent geraakt en diegene een plek heeft ingenomen in jouw zenuwstelsel. Hoe dat werkt en wat dat betekent, en hoe je daar vrijer in wordt, daar gaat dit artikel over.
Hoop voelt heilig. Opgeven voelt als falen.
We zijn opgegroeid met het idee dat het altijd goed is om hoop te hebben. We hebben geleerd vol te houden en door te zetten. Om te blijven geloven en vooral niet op te geven. En in veel contexten klopt dat ook. Maar specifiek in de liefde, op die plek waar jij al zo lang wacht, kan hoop iets heel anders zijn dan geloof en vertrouwen in de toekomst.
Hoop kan een overlevingsstrategie zijn. En dat doe je natuurlijk niet bewust maar omdat je zenuwstelsel iets heel slims heeft gedaan: zolang je hoopt, hoef je het niet echt binnen te laten komen. Zolang je niet weet, hoef je niet te rouwen. En rouwen, echt rouwen om wat er niet is, niet meer zal zijn en er misschien wel nooit geweest is, dat is het moeilijkste wat er is. Zo houdt hoop je staande, maar het houdt je ook gevangen.
Waarom je er niet mee kunt stoppen
De mensen die het langst vasthouden zijn vaak degenen die het meeste voelen, het meeste begrijpen, het meeste hebben geïnvesteerd, in zichzelf én in de ander. Je hebt de boeken gelezen. Je kent de patronen. Je wéét het, ergens. En tóch gaan je gedachten steeds terug naar die ander.
Een deel van de verklaring zit in hoe je brein met onvoorspelbaarheid omgaat.
Er is ooit onderzoek gedaan met kippen. Een deel van de kippen had altijd toegang tot graan. Ze konden er op elk moment bij. Een ander deel kreeg het onregelmatig. Soms wel, soms niet, zonder een duidelijk voorspelbaar patroon.
Wat bleek: de kippen die altijd graan kregen, stopten rustig met pikken als het er niet meer was omdat ze erop konden vertrouwen dat er altijd genoeg kwam. De kippen die het onregelmatig hadden gekregen, bleven pikken. Lang. Bijna wanhopig. Alsof opgeven geen optie was.
Niet omdat ze hongeriger waren. Maar omdat hun systeem had geleerd: het kómt. Je weet alleen niet wanneer, dus je moet er gebruik van maken als het er is.
En zo werkt het ook met onvoorspelbare liefde. Als iemand soms dichtbij is en soms ver weg, soms emotioneel aanwezig, soms emotioneel afwezig of vermijdend, soms die versie van zichzelf waar jij zo van houdt en dan weer niet, raakt jouw zenuwstelsel in diezelfde alertheid. Je blijft opletten en blijft hopen. Want het kán wel. Die ene avond dat het echt voelde, die ene blik, die ene zin, jouw brein heeft die momenten opgeslagen als bewijs. En zolang er bewijs is, is er reden om te blijven pikken.
Dat is geen zwakte. Dat is wat onvoorspelbaarheid met elk menselijk systeem doet. Maar het helpt je niet verder.
Het gemis van de co-regulatie
Als iemand lang genoeg in je leven is, of intens genoeg, leert je zenuwstelsel diegene kennen als een bron van regulatie. Dat doe je niet bewust maar gewoon, in zijn of haar aanwezigheid voelde je je rustiger, meer jezelf, meer thuis. Je systeem heeft die persoon opgeslagen als anker. Als een veilige plek om jezelf te zijn en te kunnen landen.
En als dat anker wegvalt, door een breuk, door afstand of door een situatie die veranderd is, dan blijft je zenuwstelsel zoeken en scannen. Dat gaat compleet automatisch. Alsof je voortdurend een signaal uitzendt maar geen antwoord krijgt. Deze gedachten zijn niet jouw bewuste eigen keuze. Ze zijn de zoekactie van een systeem dat nog niet weet of heeft geregistreerd dat het anker er niet meer is.
Dat is dus geen zwakte maar pure biologie, maar het helpt je wel verder als je precies begrijpt wat er gebeurt.
Twee gezichten van dezelfde strategie
Hoop kan zich in de liefde op twee verschillende manieren uiten.
A. Als je nog samen bent
Je houdt van hem of haar. Dat is echt. Maar je houdt je vast aan de verwachting van wat het zou kunnen zijn, als hij of zij net iets meer zou groeien, net iets meer zou openen, net iets meer zou voelen wat jij al voelt.
Jij werkt aan jezelf. Je bent bewuster geworden, je reguleert beter, je grenzen worden helderder. En je voelt dat de ander daarin nog niet op dezelfde plek of golflengte zit als jij, en nog niet dezelfde innerlijke veiligheid heeft bereikt. Die plek waar je 'nee' durft te zeggen zonder erbij te trillen van angst. Waar je een moeilijk gesprek kunt aangaan, zonder daarna nog drie dagen van slag te zijn. En waar je van iemand kunt houden zonder jezelf te verliezen in wat de ander van jou nodig heeft maar waarin je stevig op jezelf blijft staan.
Omdat je zo van de ander houdt, hoop je dat hij of zij daar ook komt en dat het proces zich eindelijk zal ontvouwen en jullie samen verder kunnen groeien. Je gaat nog harder je best doen om de ander te helpen groeien en nog harder hopen.
Soms is dat gerechtvaardigde hoop en zie je echte beweging, echte bereidheid. Maar soms, en dit is de vraag die je jezelf moet durven stellen, hoop je niet op deze persoon. Je hoopt op een versie van deze persoon, die jij ervan gemaakt hebt maar die er in werkelijkheid niet is en misschien ook wel helemaal niet gaat komen.
Een andere manier hoe hoop zich uit in de liefde is:
B. Als de relatie voorbij is
De verbinding is verbroken. Maar jij denkt nog steeds aan hem of haar. Niet omdat je dat graag wilt, maar omdat je niet anders kunt.
Je vraagt je af: voelt hij of zij dit ook? Heb ik me dan alles ingebeeld? Was het wel echt? Komt hij of zij terug? En als er geen antwoord komt op die vragen, voelt het alsof de vaste grond onder je voeten wegzakt in een leegte waar je niets mee kan en die je niet goed kunt benoemen.
Wat hier vaak speelt is een verschil in innerlijke veiligheid, in de frequentie van veiligheid waarop jullie elkaar ontmoetten. Jij hebt een plek in jezelf bereikt waar verbinding voelt als thuiskomen. Maar de ander heeft die plek nog niet. Niet omdat hij of zij niet goed genoeg is, maar omdat dat proces tijd kost en de wil om het aan te gaan. Dit valt niet te forceren en moet echt vanuit jezelf komen.
De keuze van de ander om dat proces aan te gaan, zegt niets over jou of de verbinding die jij voelde en er was. Maar de ander kon of wilde er vanuit zijn of haar plek niet volledig in landen. Was er nog niet klaar voor om zichzelf echt aan te gaan.
En toch blijven de gedachten aan de ander komen. Niet omdat je moedwillig vasthoudt, maar omdat jouw systeem nog steeds zoekt naar wat het ‘als thuis’ heeft leren kennen.
Waarom je hier bent beland - 4 patronen
Dit gaat niet over wat er mis is met jou. Dit gaat over wat er is gebeurd met jou. Want onder die hoop, onder dat vasthouden, onder die gedachten die maar blijven komen, zit iets wat al veel langer speelt. Iets wat niets te maken heeft met deze persoon, maar alles met hoe jij ooit hebt leren liefhebben.
1. Je tolereert inconsistentie omdat het vertrouwd voelt
Als de ander ineens uit verbinding gaat, afspraken afzegt, beloften niet nakomt en de verbinding steeds in golven komt van dichtbijheid en afstand, dan vraagt een gezond systeem zich al snel af: is dit wel oké voor mij?
Maar jouw systeem doet iets anders. Het gaat harder je best doen, klampt je vast aan de ander en je interpreteert de afstand als iets wat jij moet oplossen.
Niet omdat je dom bent of blind. Maar omdat inconsistentie voor jou vertrouwd voelt. Voor iemand die als kind heeft geleerd dat liefde onzeker is, dat je er hard voor moet werken, dat het zomaar kan verdwijnen, voelt dit patroon als thuis. Je accepteert ‘mixed signals’ en emotionele kruimels alsof ze heel betekenisvol zijn. Je kiest automatisch dat wat je kent boven datgene wat gezond en vervullend is.
Dit is geen liefde maar een hechtingspatroon dat zich uit in je dagelijkse leven en je liefdesleven.
2. Je verliest je grenzen zodra je aan iemand gehecht raakt
Op het moment dat jij voelt dat je de ander kunt verliezen, verschuift er iets in jou en je stelt je grenzen bij. Je gaat gedrag rationaliseren dat je normaal nooit zou accepteren. Je maakt uitzonderingen en praat het gedrag van de ander goed, terwijl je diep vanbinnen voelt dat het over je grenzen gaat.
Dit voelt van binnen als heel liefdevol. Als flexibiliteit en begrip hebben voor de ander.
Maar het is een reflex van zelfverlating. De impuls om verbinding in stand te houden, ook als dat ten koste gaat van jezelf. Van je eigen waarheid. Van wat jij eigenlijk voelt en nodig hebt.
Je koppelt grenzen aan verlies. En dus laat je ze verdwijnen, precies op het moment dat je ze het hardst nodig hebt.
3. Je maakt van afwijzing een oordeel over je eigen waarde
Als hij of zij zich terugtrekt, afstand neemt, kiest voor iets of iemand anders, dan voelt dat voor jou niet als informatie over de ander maar als een oordeel over jou.
Alsof zijn of haar keuze bewijst wat je diep van binnen al vreesde: ‘dat je niet goed genoeg bent.’
Oude wonden kunnen van simpel onbegrip of niet met elkaar op dezelfde golflengte zitten, diepe schaamte. Dus ga je analyseren, speel je de gesprekken steeds opnieuw af in je hoofd en ga je zoeken naar wat jij anders had kunnen doen. Je trekt je de afwijzing volledig persoonlijk aan en laat het je diep vanbinnen raken en denkt: ‘ik was niet genoeg om hem of haar te houden.’
Maar afwijzing zegt natuurlijk helemaal niets over jouw waarde. Het zegt wel iets over het emotionele plafond van de ander en dat dit niet matcht met jou. Het gaat over waar hij of zij op dit moment staat. Niet meer dan dat.
4. Je verward activatie met aantrekkingskracht
Dit is misschien wel de meest ingrijpende van de vier. En de moeilijkste om te zien.
Als je nog niet stevig genoeg in jezelf staat, dan verwar je al snel het gevoel van activatie; van de spanning, de onzekerheid en van het niet zeker weten of je gewenst bent, met passie en chemie. Dit voelt als een enorme sterke aantrekkingskracht die je precies het gevoel geeft dat jij kent van vroeger en daarom voelt het zo als thuis. Het geeft je het gevoel dat dit de echte, ware liefde is en dat het dan wel ‘meant to be’ zal zijn.
- Partners die je stabiliteit bieden voelen zo rustig. Bijna saai. Je zenuwstelsel herkent ze daarom niet als enorm aantrekkelijk omdat er niets te winnen valt, niets te bewijzen.
- Maar partners die je angstig maken, die je moet veroveren, die soms dichtbij zijn en dan weer weg, die voelen als vuur. Als leven. Als eindelijk iemand die je raakt.
Je lichaam is bedraad om die intensiteit na te jagen. Niet omdat het goed voor je is, maar omdat het vertrouwd is. Omdat het lijkt op die vroege liefde waar je zo hard voor hebt moeten vechten.
En zo blijf je mensen aantrekken die je wonden activeren in plaats van je wijsheid.
Het omslagpunt; is het echte hoop of bescherming?
Dit is het onderscheid dat alles verandert. Echte hoop is geworteld in wat er ís. In concreet gedrag, in echte beweging, in wederzijdse bereidheid. Het vraagt niet om een oogje dicht te knijpen voor wat er niet is maar juist om beide ogen open te houden en eerlijk te zien wat er werkelijk is.
Hoop als illusie ontstaat door de verwachting van wat er zou kunnen zijn. Het voedt zich met potentie, van momenten die je opslaat en registreert als bewijs en van verhalen die je jezelf vertelt om de pijn buiten de deur te houden en niet aan te hoeven gaan.
De vraag die je jezelf eerlijk en zonder oordeel kunt stellen is deze:
Accepteer ik deze persoon en onze relatie volledig en helemaal zoals hij of zij nu is? Of houd ik de relatie in stand vanuit hoop op een verandering bij de ander, waardoor ik de pijn van het definitief weten niet hoef aan te gaan?
Er is geen goed of fout antwoord. Maar het antwoord dat je voelt als je die vraag binnenlaat, dát vertelt je iets.
Wat je lichaam al weet
Je hoofd is heel goed in het verzinnen van argumenten. Het bewaart de goede momenten, bedenkt scenario's en vindt allerlei redenen om maar te blijven hopen. Maar je lichaam houdt helemaal niet van verhalen maar registreert wat er in werkelijkheid is.
Merk je het op hoe je lichaam reageert als je eerlijk bent tegen jezelf; niet als je hoopt, maar als je het weet?
Misschien is er een voortdurende vermoeidheid die je niet goed kunt plaatsen. Voel je altijd spanning en onrust in je buik, ook op de momenten dat het goed gaat. Een gevoel dat je iets vasthoudt, of dat je continu iets tegenhoudt. Dat is geen drama maar pure informatie.
Echte hoop voelt heel anders dan overleven. Overleven voelt gespannen, waakzaam, gefocust op de ander. Echte hoop voelt open, ook al is er onzekerheid. Het geeft je adem en meer ruimte in je buik. Ga eens bij jezelf na hoe hoop voelt in jouw lichaam.
De afhankelijkheid die onder je gedachten zit
Nog iets wat zelden hardop wordt gezegd; Zolang jouw zenuwstelsel de ander als anker gebruikt, als bron van jouw rust, bevestiging en van het gevoel dat jij er mag zijn, dan is de ander verantwoordelijk voor jouw gemoedsrust. Niet omdat je dat wilt of bewust doet, maar omdat je systeem dat zo heeft geleerd.
Jouw rust hangt dan af van zijn of haar keuzes. Van een bericht dat komt of niet komt. Van een gesprek dat wel of niet plaatsvindt. Van een blik, een toon, een aanwezigheid die jij niet kunt afdwingen en waar je geen grip op hebt. Dat voelt machteloos.
Ook dit is geen liefde maar een patroon. Een patroon dat ooit ergens is ontstaan, in een vroege ervaring van liefde die onzeker was, onvoorspelbaar en voorwaardelijk. Je hebt geleerd dat jouw oké-zijn afhing van de ander. En dat patroon speelt zich nu opnieuw af, in deze gedachten, in dit wachten.
Maar hier verandert het verhaal.
Op het moment dat je begint te voelen, niet te beslissen, maar te voelen, dat jij oké bent zonder deze uitkomst, verschuift er iets in je systeem. Dat gebeurt niet in één moment of in één keer, maar je merkt dat het langzaam begint te verschuiven.
Jij wordt weer je eigen anker.
Dat gevoel; ‘ik ben helemaal oké, nu, of hij of zij nu bij me blijft of terugkomt of niet’ is geen troost die je jezelf geeft om de pijn te verzachten. Dit is vrijheid. Echte vrijheid. De vrijheid om aanwezig te zijn in je eigen leven, zonder dat een deel van jou altijd ergens anders is.
En dan pas kun je deze ervaring omarmen voor wat het ook is geweest voor jou. Een spiegel. Een les. Iemand die jou iets heeft laten zien over jezelf dat je nog niet eerder zag. De pijn was niet voor niets maar heeft je dichter bij jezelf gebracht, ook al voelde het als het tegenovergestelde en jezelf kwijtraken.
Vertrouw daarop, dat het hierna beter wordt. Niet als vage belofte, maar als ijkpunt om naartoe te werken. Juist omdat je dit hebt doorleefd. Juist omdat je nu eerlijker bent met jezelf dan ooit.
Vragen om bij jezelf te checken:
- Baseer ik mijn hoop op wat er nu concreet is, of op wat er zou kunnen zijn?
- Als deze situatie de komende twee jaar precies hetzelfde blijft, hoe voelt dat in mijn lichaam?
- Wie geef ik op dit moment de verantwoordelijkheid mijn gemoedsrust, ik zelf of de ander?
- Wat zou ik weten als ik ophield met hopen en ben ik bereid of er klaar voor om dat te weten?
- Voel ik echte, concrete beweging bij de ander, of praat ik stilte goed als potentie?
- Wat zou er in mijn leven veranderen als ik mezelf helemaal oké vond, op dit moment, zonder deze uitkomst?
Terug naar jezelf
Loslaten is niet opgeven. Het is niet verharden, jezelf opsluiten met gevoelens van wrok en pijn, of besluiten dat liefde voor jou niet meer de moeite waard is. Het is iets veel subtielers en veel moediger dan dat: jezelf teruggeven aan jezelf. Stap voor stap.
De gedachten zullen zeker nog komen en misschien nog lang. Maar ze betekenen niet dat je vast zit. Ze betekenen dat je systeem aan het leren is en dat het oké is om je eigen thuis te zijn. Jij bent oké en helemaal goed zoals je bent op dit moment. Niet straks, of als hij of zij terugkomt. Niet als de situatie is opgelost of de ander veranderd is, maar NU.
En precies dat is het begin van alles.
Als je merkt dat je dit wel begrijpt maar nog niet kunt voelen, dat de gedachten blijven komen, dat je gemoedsrust nog steeds afhangt van wat de ander doet of niet doet, dan is dat precies waar we aan werken in Stevig op Jezelf Staan. Niet met nog meer inzichten of met je hoofd, maar door jezelf te trainen en deze patronen te herprogrammeren zodat je het echt gaat belichamen. Zodat je met consistentie de momenten in de kiem gaat smoren waar jij geneigd bent om in die oude patronen te stappen en gesteund en gesterkt door mij en de community, nieuwe en gezonde keuzes maakt en oefent in je dagelijkse leven en jij de verantwoordelijkheid terugneemt over je eigen gemoedsrust en geluk. Niet straks maar nu.
Liefs Fanny











